Pesten op school – Week tegen pesten

Pesten op school – Week tegen pesten

Deze week is het de Week tegen pesten. Een initiatief van stichting school en veiligheid om meer aandacht te vragen voor pesten op de basisschool. Veel scholen grijpen deze week aan om extra aandacht te besteden aan pesten en ook op tv is er deze week extra aandacht voor pesten en de gevolgen hiervan.

De cijfers liegen er niet om. De meeste basisschoolleerlingen, ruim 60%, worden wel eens gepest en gemiddeld 9% van de kinderen in het basisonderwijs geeft aan structureel gepest te worden.

Gevolgen van pesten zijn enorm. Kinderen die gepest zijn op de basisschool hebben op latere leeftijd vaak een lager zelfbeeld, zijn sociaal onzekerder en hebben vaker last van depressies dan kinderen die niet gepest zijn.

Ook voor de kinderen die zelf pesten zijn de gevolgen groot. Deze kinderen worden niet gewaardeerd om wie ze zijn, leren niet op een goede manier omgaan met frustratie en agressie en lopen een groter risico om op latere leeftijd in de criminaliteit te belanden.

 

Belangrijk is om het verschil tussen plagen en pesten te kennen en hierop in te kunnen spelen.

Plagen is een incident waarbij beide partijen aandeel hebben, de macht gelijk is en er geen schadelijke gevolgen zijn. Iemand doet iets, de ander doet wat terug en vaak is het dan afgelopen.

Plagen gaat over in pesten zodra er sprake is van een ongelijke verdeling van de macht. Het slachtoffer is dan niet meer in staat zichzelf te verdedigen. Doet hij dit wel dan kan dit voor de pester een reden zijn om het slachtoffer nog harder aan te pakken.

Om er achter te komen of er in de klas van je kind sprake is van plagen of pesten is het belangrijk om kinderen het verschil uit te leggen en hier met hen over in gesprek te gaan.  Stel open vragen en probeer ook zo open mogelijk te reageren op de antwoorden van je kind.

Vaak vertellen kinderen uit zichzelf niet over het pesten op school. Ze schamen zich, zijn bang voor represailles of willen hun ouders niet verdrietig maken. Als ouder is het dus van belang om je kind goed in de gaten te houden. Geeft een kind vaker aan hoofdpijn of buikpijn te hebben, gaan schoolresultaten achteruit, wordt je kind sneller boos of juist aanhankelijker of gaat hij of zij met tegenzin naar school, dan is het goed om te kijken of er mogelijk sprake is van pesten op school.

Als je er achter komt dat je kind gepest wordt is het vaak de eerste reactie van ouders om erg boos te worden op de pestkop. Maar dit werkt vaak averechts en zorgt er voor dat een pestkop je kind terug gaat pakken om wat jij gezegd hebt. Ook dingen beloven die je niet waar kan maken: ‘Ik zorg ervoor dat het nooit meer gebeurt’, is geen goede manier van aanpakken. Je hebt als ouder immers geen zicht op wat er op het schoolplein gebeurt als je er zelf niet bij bent.

 Toch kun je als ouder een aantal dingen wel doen om je kind te helpen:

  • Luister aandachtig naar het verhaal en stel vragen. Waarom pesten ze je? Hoe lang al? Wie pest, hoe, waar en wanneer?
  • Stel je kind gerust. Zeg dat het zo niet verder kan.
  • Bespreek samen hoe jullie de school het beste kunnen inlichten.
  • Beschuldig de school niet. Kinderen zijn er erg goed in om dingen achter de rug van leerkrachten om te doen.
  • Ondersteun je kind. Gepeste kinderen verliezen vaak hun zelfvertrouwen.
  • Oefen thuis sociale vaardigheden: iets leren vragen, opkomen voor wat je denkt en voelt, leren inschatten wat anderen denken, leren reageren op treiterijen
  • Stimuleer je kind om aan sport te doen, een theatercursus te volgen, of iets te zoeken waar hij goed in is. Daardoor wordt hij lichamelijk en mentaal sterker.

 

Heb jij wel eens gesprekken met je kind over pesten? Deze week kan een mooi aanknopingspunt zijn om er eens met je kind over in gesprek te gaan!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *