Browsed by
Category: Vraagbaak

Vraagbaak: Driftbuien

Vraagbaak: Driftbuien

Mijn dochter van net 2 heeft de laatste tijd bijna elke dag wel meerdere driftbuien. Ze lijkt dan uit het niets ineens enorm boos te worden, ze gaat dan gillen, stampvoeten, huilen en laatst gooide ze zelfs al haar speelgoed op de grond. Boos worden hielp niet en toen ik haar wilde knuffelen leek ze alleen maar nog bozer te worden. Uiteindelijk heb ik haar op de gang gezet zodat ze geen spullen meer kon gooien, maar dat voelde ook niet goed. Hoe kan ik mijn dochter helpen?

 

Tussen de 1,5 en 3,5 jaar oud gaan kinderen hun eigen ik ontwikkelen. Daarvoor zijn ze nog bijna volledig verbonden met de verzorgende volwassene. Het ontwikkelen van hun eigen ik gaat gepaard met ontdekken van de eigen behoeftes en verlangens die ook direct vervuld moeten worden. Als kinderen nog heel klein zijn en er is een behoefte aan bijvoorbeeld melk of een schone luier dan gaat een kind huilen en wordt er aan de behoefte voldaan. Naarmate kinderen ouder worden worden de behoeftes uitgesprokener en complexer, maar kinderen hebben vaak nog niet de verbale middelen om deze over te brengen. Daarnaast zijn kinderen op deze leeftijd ook nog niet in staat om hun behoeftes uit te stellen. Het tijdsbesef is nog zeer beperkt en een: ‘nu even niet’ staat voor een dreumes gelijk aan: ‘nee’. De frustratie die dit oplevert wordt geuit door middel van een driftbui. Dit gebeurt in alle landen en alle culturen en levert bij veel ouders stress op. Niet voor niets worden deze jaren omschreven als ‘the terrible two’s’ en ‘de peuterpuberteit’.

Omdat dit een heel gezond en essentieel onderdeel is van de ontwikkeling werkt straffen niet. Deze driftbuien zijn het beginstadium van het verwoorden van de eigen behoeftes en meningen. Iets wat in onze samenleving van cruciaal belang is. Wel moeten kinderen geholpen worden met het uitten van deze behoeftes en de frustraties als iets niet (meteen) kan.

 

Accepteren:

Een driftbui ziet er heel naar uit. Je kind lijkt volledig de controle kwijt over zichzelf en de situatie en dit kan soms best even duren. Besef je dat dit onderdeel is van het leerproces en dat frustratie een natuurlijk onderdeel is van het leven. Als je toegeeft aan datgene waar de driftbui door ontstond leer je je kind eigenlijk dat je met een heftige reactie toch je zin krijgt en leert je kind niet omgaan met frustraties wat op latere leeftijd voor flinke problemen kan zorgen.

 

Ondersteunen:

Ondersteun je kind door tijdens een driftbui nabij te blijven en hulp te bieden. Bijvoorbeeld door te zeggen: ‘Je bent heel erg verdrietig dat je niet met de stiften op de muur mag kleuren.’ Door de concrete emotie en situatie te benoemen help je je kind om dit zelf ook te gaan doen. Kinderen leren op deze manier emoties herkennen en leren dat emoties er mogen zijn. Laat je kind zelf aangeven of ze wel of niet geknuffeld wil worden. Vaak moeten de emoties er gewoon uit en als je dan gaat troosten door te knuffelen worden kinderen alleen maar gefrustreerder.

 

Sturen:

In sommige gevallen kan het nodig zijn om de situatie te sturen. Bijvoorbeeld als een kind blijft hangen in een driftbui of als een kind dingen kapot dreigt te maken of zichzelf pijn kan doen.  Benoem dan duidelijk waarom je ingrijpt: ‘Ik snap dat je boos bent, maar als je met je hoofd tegen de muur bonkt dan doe je jezelf pijn en dat laat ik niet toe.’ Zo erken je het gevoel van je kind maar laat je ook zien dat jij degene bent die ingrijpt als het te ver gaat.

 

Troosten en verdergaan:

Na een driftbui is het goed om weer even lichamelijk contact te hebben. Een knuffel zorgt ervoor dat een kind zich na een heftige uitbarsting weer veilig en geborgen voelt en als ouder laat je zien dat je er voor je kind bent, ook in moeilijke tijden. Zorg ervoor dat je daarna verder gaat met een andere activiteit maar hou hierbij je kind goed in de gaten. Driftbuien zijn enorm vermoeiend en afhankelijk van je kind kan het nodig zijn om even een rustmoment in te bouwen.

 

Herken je de driftbuien bij je eigen kind? Hoe ga jij ermee om?

Vraagbaak: Help mijn kind kan niet alleen spelen!

Vraagbaak: Help mijn kind kan niet alleen spelen!

Mijn zoon van bijna 2 kan zichzelf absoluut niet alleen vermaken. Thuis heeft hij mij als moeder constant nodig om hem bezig te houden. De meeste activiteiten interesseren hem slechts kort en hij heeft mij dan nodig om weer iets nieuws te verzinnen. Op het kinderdagverblijf lijkt het beter te gaan. Op de dagen dat ik thuis ben moet ik ook het huishouden doen en het lijkt me zo fijn als hij zich dan even zelf kan vermaken zodat ik kan poetsen en dat we dan daarna samen wat kunnen gaan doen. Heb jij tips hoe ik hem kan leren zelf te spelen?

Veel kinderen hebben moeite met alleen spelen, omdat dit niet iets is wat vanuit de evolutie gezien bij ons als mens past. Mensen functioneren het beste in groepen. In een groep heeft de mens de grootste kans om te overleven en zeker kleine kinderen hebben anderen nodig om in leven te blijven. Dat we graag willen dat kinderen al op jonge leeftijd leren om alleen te spelen is echt iets van onze westerse cultuur en van de laatste paar decennia.

Toch is het als voorbereiding op onze maatschappij en ons schoolsysteem in combinatie met ons eigen drukke leven niet verkeerd als je kind deze vaardigheid aanleert.

Een aantal tips om je kindje zelf te leren spelen en ook om zelf meer aan je huishouden toe te komen:

 

  • Laat je kind meehelpen met de huishoudelijke activiteiten, geef je kind een poetsdoekje, een kleine swiffer of laat hem of haar meehelpen met bijvoorbeeld het wassen van de aardappels. Een learning tower kan hierbij enorm helpen. Je kind doet op deze manier zelf iets, maar heeft een voorbeeld om af en toe naar te kijken en je bent dichtbij genoeg om veiligheid aan je kindje te bieden.

20161020_075620

Of bijvoorbeeld de schroefjes alvast in de gaatjes stoppen als papa en mama een kast in elkaar zetten.

 

  • Zorg dat het speelgoed van je kindje vrij toegankelijk is. Als je kind zelf zijn speelgoed kan pakken kan hij of zij ook beter aangeven waar op dat moment de interesse naar uitgaat. Goed, het is vaak ’s avonds net iets meer opruimwerk maar vaak vinden kinderen het ook heel leuk om hierbij mee te helpen en alles terug in de bak te gooien.

zelf-speelgoed-pakken
 

 

  • Te veel speelgoed zorgt voor overprikkeling en dat kinderen meestal niet meer weten wat ze moeten doen. Sorteer speelgoed in bakken en rouleer regelmatig, zo blijft speelgoed uitdagend en voorkom je overprikkeling.

 

  • Kies voor open ended speelgoed. Dit is speelgoed waar geen specifieke gebruiksaanwijzing bij zit. Het heeft geen doel zoals bijvoorbeeld een puzzel. Open ended speelgoed is op veel verschillende manieren te gebruiken en prikkelt de creativiteit van je kind. Op google en pinterest kun je veel voorbeelden vinden.

 

  • Start samen op. Ga naast je kind zitten met een bepaalde activiteit en help je kind de eerste 5 minuten op weg. Begin bijvoorbeeld samen met het bouwen van een toren en na 5 minuutjes benoem je dat je even de afwasmachine uit gaat ruimen en dat je daarna weer komt kijken naar de toren.

 

  • Blijf zoveel mogelijk in dezelfde ruimte. Op het moment dat je de kamer uitloopt en je kind je niet meer kan zien of horen raakt hij afgeleid van zijn spel en zal hij naar je opzoek gaan. Als je kind je nog kan zien en horen is de veiligheid groter en zal je kindje makkelijker gaan spelen.

 

  • Plan genoeg samenspeel momenten in. Dus momenten waarop je echt met je kind gaat zitten en gaat spelen. Zonder telefoon, zonder afleiding maar 100% spelen met je kind. Binnen of buiten maakt niet uit, als je er maar bent. Hiermee bevestig je aan je kind dat er momenten zijn van samenspelen en momenten zijn van alleen spelen. Samenspelen leert je kind over de verschillende mogelijkheden van speelgoed, helpt je kind om nieuwe vaardigheden aan te leren en bevestigt zijn behoefte aan contact.

 

 

 

Heb je zelf een vraag voor de vraagbaak? Stel deze dan in de comments of stuur een mailtje naar: info@rubypothoven.nl met als onderwerp: vraagbaak.

Is het dan toch faalangst? – Vraagbaak

Is het dan toch faalangst? – Vraagbaak

Mijn dochter van 12 is dit schooljaar gestart in de eerste klas van de middelbare school. Ze is goed gestart maar na de eerste paar toetsen lijkt ze het gewoon opgegeven te hebben. Ze maakt geen huiswerk meer, ligt de hele middag op de bank met haar telefoon en we krijgen haar niet gemotiveerd om iets voor school te doen. Nu kregen we afgelopen week een mailtje van haar mentor die zijn zorgen uit. De toetsresultaten vallen tegen (3 van de 4 vakken onvoldoende). De mentor geeft aan dat ze denkt dat dat onze dochter misschien last heeft van faalangst en ze wil haar aanmelden voor een training op school. Ik dacht altijd dat kinderen met faalangst juist heel hard leerden? Is zo’n training dan wel geschikt voor haar?

 

20161012_101157

 

Als mensen denken aan faalangst denken ze over het algemeen aan kinderen die extreem hard leren, vervolgens een black-out krijgen op een toets en alsnog een onvoldoende halen. Maar dat is slechts één van de vele uitingsvormen van faalangst.

De overgang van de basisschool naar de middelbare school is voor de meeste kinderen een hele grote stap. Van de ene op de andere dag ga je van je vertrouwde school en klas naar een groot nieuw gebouw waar je moet wennen aan nieuwe vakken, nieuwe leerkrachten en nieuwe klasgenoten. Voor kinderen die al wat onzeker zijn over hun kunnen is deze onvoorspelbare situatie een mogelijke voedingsbodem voor faalangst. Want wat als blijkt dat je eigenlijk helemaal niet zo goed bent op school als de rest van je klas? Hoor je er dan nog wel bij? Vinden ze je dan nog wel aardig?

Faalangst is een vorm van angst die zich voordoet op het moment dat er een prestatie geleverd moet worden. Dit kan op allerlei gebieden voorkomen: een moeilijke toets op school, een spannende voetbalwedstrijd of het leren kennen van nieuwe mensen. Deze angst uit zich in lichamelijke angstreacties zoals: sneller en oppervlakkiger ademhalen, zweten, vaak naar het toilet moeten en lichamelijke onrust. De lichamelijke onrust ontstaat doordat het lichaam in een angstsituatie meer zuurstof naar de armen en benen pompt. Als er echt gevaar zou dreigen moet je immers in staat zijn om te vechten of vluchten. Bij een toets zijn deze lichamelijke reacties alleen maar erg vervelend en doordat alle zuurstof naar je armen en benen gaat komt er minder zuurstof in je hersens. Dit belemmert je denkvermogen en kan in extreme situaties zorgen voor een black-out. Zodra je uit de moeilijke toets bent, nemen de angstreacties af, stroomt er weer bloed naar je hersens en op de gang weet je dan ineens wel dat het antwoord op vraag 4B rode bloedlichaampjes had moeten zijn.

Sommige kinderen reageren op deze angst door heel erg hun best te gaan doen, nog harder te leren en nog harder te oefenen. Vroeger werd dit positieve faalangst genoemd omdat als er maar voldoende letterlijke vragen op de toets gesteld worden, waarbij het alleen maar letterlijk herhalen van bijvoorbeeld woordjes is, deze kinderen soms nog wel hoge cijfers haalden. Inmiddels is ons schoolsysteem steeds meer gebaseerd op inzicht waardoor ook deze kinderen vaker onvoldoendes halen. Daarnaast is er ook voor het kind zelf helemaal niets positiefs aan het hebben van faalangst en daarom noemen we deze vorm van faalangst tegenwoordig: actieve faalangst.

Hier tegenover staat de passieve faalangst. Dit zijn kinderen die denken: ‘Het lukt me toch niet, dus ik ga het ook niet proberen.’ Op de middelbare school wordt het onder de leerlingen ook nog steeds gezien als ‘stoer’ als je niet leert. Door kinderen wordt het ook als veel erger ervaren als je wel goed leert en alsnog een onvoldoende haalt.  Als je namelijk leert en een onvoldoende haalt zegt het in hun ogen iets over je intelligentie en als je niet leert en een onvoldoende haalt dan ligt het aan je motivatie en dat is iets waar onderling minder moeilijk over gedaan wordt.

In een faalangsttraining leren kinderen om de gedachtes die lijden tot angst te veranderen en hun lichamelijke angstreacties onder controle te krijgen, waardoor de faalangst af zal nemen. In de meeste gevallen is een training dan ook een goede manier om met faalangst om te leren gaan.

Vraagbaak – Hij wil alleen maar potjes eten

Vraagbaak – Hij wil alleen maar potjes eten

Mijn zoontje is nu bijna 16 maanden oud. Toen hij bijna 5 maanden oud was zijn we begonnen met vaste voeding. Ik pureerde zelf alles en vroor kleine porties in. Op de dagen dat ik werkte kreeg hij 2x per week een potje omdat het mij dan niet lukte om vers voor hem te koken. Toen hij rond de 10 maanden was merkte ik dat hij potjes lekkerder vond en werd ik soms wat makkelijker. Ik gaf hem wat vaker een potje omdat hij daar veel meer van genoot. Op een gegeven moment begon hij vers avondeten te weigeren en wilde hij alleen nog maar potjes. Ik heb daaraan toegegeven omdat ik geen zin had in elke avond een drama bij het avondeten.
Ik zet niet het potje op tafel maar doe het in een schaaltje zodat hij een potje niet gaat herkennen, toch werkt het allemaal niet en wil hij echt alleen maar potjes. Als ik toch vers eten voor hem maak, neemt hij 1 hap en spuugt het direct uit. Hij eet dan ook verder niks meer.
Hij gaat 1x pw naar het kdv en eet daar S middags warm, er wordt dan vers gekookt en ik krijg elke week te horen dat hij het super lekker vond en goed gegeten heeft!
Het maakt mij soms verdrietig, potjes zullen heus niet slecht zijn maar, ik had mij voorgenomen hem zoveel mogelijk vers eten aan te bieden.
Heb jij misschien tips om mijn zoontje van de potjes af te helpen?

 

20161002_181306

 

Veel ouders hebben vragen over het eetgedrag van hun kinderen. De hele dag door worden ouders geconfronteerd met boodschappen over hoeveel en wat hun kind zou moeten eten. Er wordt steeds meer reclame gemaakt voor speciale voeding voor kinderen en de grote merken hebben allemaal hun eigen website of forum waar tips en adviezen gegeven worden. Dit kan je als ouder flink aan het twijfelen brengen.

Eten is, naast slapen en zindelijkheid, het enige waar kinderen echt hun eigen stempel op kunnen drukken en waarbij je als ouders vaak de eerste tekenen ziet van een eigen willetje. Als ouder wil je graag dat je kind voldoende eet dus dit is ook vaak hetgene waar aan toegegeven wordt. Beter iets eten dan niets eten, is vaak de achterliggende gedachte.

Je zoontje is door de potjes gewend geraakt aan minder uitgesproken smaken. Proef zelf maar eens blind een potje en kijk of je kan achterhalen welke smaak het is. (Leuk spelletje voor op een babyshower trouwens) Dat is echt heel moeilijk. Daarnaast heeft je zoontje de associatie gemaakt dat hij thuis een potje krijgt als hij het eten wat hij als eerst krijgt uitspuugt. Je zoontje moet nu gaan ontdekken welke van de uitgesproken smaken hij lekker vind en welke niet en deze uitgesproken smaken ook thuis te gaan waarderen.

Je kan het een beetje vergelijken met sporten. Als je in de sportschool bent dan ga je automatisch sporten. Maar zodra je thuis bent is het veel lastiger om je daartoe te zetten omdat je weet dat het alternatief, lekker op de bank liggen en netflix kijken, op de korte termijn fijner is. Voor je zoontje is het net zo. Op het kdv eet hij automatisch met de groep mee maar thuis is voor hem het potje te vergelijken met op de bank liggen en netflix kijken. Niet echt heel inspirerend, maar wel lekker vertrouwd.

Belangrijk is nu dus om thuis ook positieve associaties te gaan creeren met vers eten, en het thuis net zo normaal te maken als op het kdv.

  • Begin met zachte, minder uitgesproken smaken zoals wortel, doperwt, broccoli en aardappel.
  • Bied elke avond meerdere smaken aan, bijvoorbeeld in de vorm van een monkey platter. Dit is een bord, of bijvoorbeeld een muffinbakvorm met allemaal vakjes, met verschillende stukjes groente, fruit, vlees enz.
  • Laat hem zelf beslissen hoeveel hij eet en wat hij kiest. Je kunt hem iets aanbieden, maar het voor hem in zijn mond stoppen zorgt er alleen maar voor dat hij het weer gaat uitspugen.
  • Maak het eten gezellig, dek de tafel, steek een kaarsje aan. Eet met hem mee, praat met hem en laat hem ook bijvoorbeeld jou eens voeren.
  • Geef hem zelf een vork en laat hem oefenen met prikken.
  • Zit niet te lang aan tafel. Als hij niet meer wil dan heeft dwingen geen zin. Ruim de tafel af en ga verder met de rest van de avond.
  • Bied geen potjes aan als het de eerste dagen wat minder gaat. Vertrouw op het zelfregulerend vermogen van je zoontje. Hij zorgt er echt voor dat hij voldoende binnenkrijgt. Bied wel later op de avond, bijvoorbeeld vlak voor het slapen gaan nog melk of yoghurt aan zodat hij met een goed gevulde buik gaat slapen.
  • Mocht dit allemaal niet werken dan kan je ervoor kiezen om de smaken wat geleidelijker te gaan introduceren door potjes te mengen met vers eten. Bij de meeste kinderen is dit echter niet nodig.

 

Heel veel succes, het zal even doorbijten zijn de eerste dagen want een associatie veranderen kost nou eenmaal even wat tijd. Maar hou voor jezelf in je achterhoofd dat hoe langer een associatie bestaat, hoe moeilijker hij vaak te doorbreken is. Hem nu begeleiden in de stap naar verse producten is dus op de lange termijn het beste wat je voor hem kunt doen.

 

 

Vraagbaak: Gillen in de supermarkt

Vraagbaak: Gillen in de supermarkt

20160909_080711

 

Mijn zoontje van 8 maanden gilt de laatste tijd heel vaak, eerst deed hij het alleen thuis maar de laatste tijd ook in de winkel. Negeren, afleiden en straffen lijkt niet te helpen. Het lijkt erop dat hij de reacties van andere mensen zelfs leuk vind. Hoe zorg ik ervoor dat hij leert dat gillen niet hoort?

Veel ouders stellen zichzelf deze vraag minimaal één keer over hun opgroeiende kind. In deze blog probeer ik antwoord te geven op deze vraag en op dezelfde vraag in verschillende leeftijdsfases.

 

0-12 maanden: Stemontwikkeling

Kinderen jonger dan een jaar zijn constant volop in ontwikkeling. Ontwikkeling van je eigen stemgeluid is daar een belangrijk onderdeel van. Huilen is in de eerste periode dé manier van contact maken voor een baby en dé manier waarop je kunt zorgen dat er aan je behoeftes voldaan wordt. Naarmate een kindje ouder wordt ontdekt hij of zij dat je je stem op veel meer manieren kunt gebruiken dan alleen te huilen. Het maken van verschillende klanken op verschillende volumes is de volgende stap naar het leren praten. Kindjes op deze leeftijd vinden het vaak ontzettend leuk en interessant om zichzelf te horen. Omdat ze er zelf plezier aan beleven is het niet iets waarmee ze stoppen als je het maar gewoon negeert. Het is niet iets wat ze doen om aandacht mee te trekken. Omdat het een belangrijke stap is in een gezonde ontwikkeling is straffen ook geen goede manier om hiermee om te gaan. Afleiden op de momenten dat gillen echt niet gepast is, is vaak de enige optie. Afleiden met een speeltje of iets vast houden in de supermarkt werkt soms. Het beste werkt vaak om te erkennen dat harde geluiden maken heel leuk is en vervolgens je kindje te stimuleren om dezelfde klank zachter te maken of meerdere klanken achter elkaar. Hiermee stimuleer je de ontwikkeling en speel je in op de behoeftes van je kindje.

 

12-24 maanden: Ik wil dat

Zo rond het jaar ontdekken kinderen dat je stem ook een hele goede manier is om jouw wil op te leggen aan de mensen om je heen. Ze zijn zich meer bewust geworden van hun omgeving en van hun mogelijkheden deze omgeving te beinvloeden. In de winkel wijzen ze bijvoorbeeld naar iets felgekleurds en zeggen vol enthousiasme: die! Omdat je niet nog meer knijpfruit nodig hebt (er staat een halve jaarvoorraad in je kast) zeg je vrolijk nee tegen je kleintje en loop je verder. De reactie van je kindje is op dat moment vaak nog duidelijker wijzen en harder die roepen. In de hoop dat je vader of moeder dan begrijpt dat jij als dreumes toch echt heel graag dat knijpfruit wilt hebben. Sommige ouders zien dit al als echt opstandig gedrag maar voor een dreumes die net geleerd heeft dat hij met zijn stem zijn wensen kan delen is het nog een heel leerproces om te leren dat dat niet betekent dat je ook altijd je zin krijgt. Negeren kan een optie zijn maar meestal zorgt dat er in deze fase vooral voor dat je dreumes alleen maar nog harder gaat proberen jou te vertellen wat hij graag wil. En vervolgens gefrustreerd raakt over het feit dat hij niet gehoord wordt. Straffen heeft op dit moment ook weinig zin. Je kindje is niet bewust aan het manipuleren.

Een goede optie is om te benoemen dat je weet dat hij knijpfruit lekker vind, maar dat je dat nu niet gaat kopen. Om dan vervolgens je kindje af te leiden met iets wat je wel gaat kopen. ‘Lekker he, knijpfruit, maar vandaag hebben we het niet nodig. Weet je wat ook lekker is? Deze broodjes. Hmmmm, kan jij die voor mama vasthouden?’

Je kindje leert zo dat zijn mening gehoord wordt, maar dat er niet altijd aan toegegeven wordt.


24-36 maanden: ik ben twee en ik zeg nee

Op deze leeftijd gebruiken kinderen gillen vooral als een manier om hun onvrede te uiten over een situatie. Ze begrijpen heel goed het woord nee, maar zijn het daar regelmatig niet mee eens. Anders dan in de voorgaande fase is het gillen nu wel echt een bewuste manier om hun zin te krijgen. Het is niet langer meer het roepen om je te vertellen wat ze willen, maar roepen om hun wil op te leggen. Je peuter gaat ontdekken dat hij een eigen persoon is, een eigen persoon met eigen wensen en verlangens. Het op een goede manier uiten van deze wensen is een leerproces en vooral ook het omgaan met de teleurstelling als er niet aan je wens voldaan wordt. De natuurlijke reactie hierop is boosheid en dat wordt meestal geuit door middel van gillen.

In deze fase is het belangrijk om te benoemen dat je snapt dat je kindje teleurgesteld is. Vaak wordt alleen de boosheid benoemd terwijl het de achterliggende teleurstelling is waar je kindje mee worstelt. Stel duidelijke grenzen: boos en teleurgesteld zijn mag, maar slaan of schoppen niet. Belangrijk is ook dat nee ook nee blijft, zelfs al staan er andere mensen te staren of afkeurend te kijken. Als je toegeeft na schreeuwen dan leert je kind dat je met schreeuwen je zin krijgt.

Een groot deel van de peuterconflicten is te voorkomen door niet vlak voor etenstijd of vlak voor het middagdutje boodschappen te gaan doen. Een lage suikerspiegel en vermoeidheid zorgen ervoor dat zelfs de kleinste teleurstelling kan leiden tot een flinke driftbui.

 

Heb je zelf een vraag voor de vraagbaak? Stel deze dan in de comments of stuur een mailtje naar: info@rubypothoven.nl met als onderwerp: vraagbaak.