Browsed by
Category: De puberteit

Is het dan toch faalangst? – Vraagbaak

Is het dan toch faalangst? – Vraagbaak

Mijn dochter van 12 is dit schooljaar gestart in de eerste klas van de middelbare school. Ze is goed gestart maar na de eerste paar toetsen lijkt ze het gewoon opgegeven te hebben. Ze maakt geen huiswerk meer, ligt de hele middag op de bank met haar telefoon en we krijgen haar niet gemotiveerd om iets voor school te doen. Nu kregen we afgelopen week een mailtje van haar mentor die zijn zorgen uit. De toetsresultaten vallen tegen (3 van de 4 vakken onvoldoende). De mentor geeft aan dat ze denkt dat dat onze dochter misschien last heeft van faalangst en ze wil haar aanmelden voor een training op school. Ik dacht altijd dat kinderen met faalangst juist heel hard leerden? Is zo’n training dan wel geschikt voor haar?

 

20161012_101157

 

Als mensen denken aan faalangst denken ze over het algemeen aan kinderen die extreem hard leren, vervolgens een black-out krijgen op een toets en alsnog een onvoldoende halen. Maar dat is slechts één van de vele uitingsvormen van faalangst.

De overgang van de basisschool naar de middelbare school is voor de meeste kinderen een hele grote stap. Van de ene op de andere dag ga je van je vertrouwde school en klas naar een groot nieuw gebouw waar je moet wennen aan nieuwe vakken, nieuwe leerkrachten en nieuwe klasgenoten. Voor kinderen die al wat onzeker zijn over hun kunnen is deze onvoorspelbare situatie een mogelijke voedingsbodem voor faalangst. Want wat als blijkt dat je eigenlijk helemaal niet zo goed bent op school als de rest van je klas? Hoor je er dan nog wel bij? Vinden ze je dan nog wel aardig?

Faalangst is een vorm van angst die zich voordoet op het moment dat er een prestatie geleverd moet worden. Dit kan op allerlei gebieden voorkomen: een moeilijke toets op school, een spannende voetbalwedstrijd of het leren kennen van nieuwe mensen. Deze angst uit zich in lichamelijke angstreacties zoals: sneller en oppervlakkiger ademhalen, zweten, vaak naar het toilet moeten en lichamelijke onrust. De lichamelijke onrust ontstaat doordat het lichaam in een angstsituatie meer zuurstof naar de armen en benen pompt. Als er echt gevaar zou dreigen moet je immers in staat zijn om te vechten of vluchten. Bij een toets zijn deze lichamelijke reacties alleen maar erg vervelend en doordat alle zuurstof naar je armen en benen gaat komt er minder zuurstof in je hersens. Dit belemmert je denkvermogen en kan in extreme situaties zorgen voor een black-out. Zodra je uit de moeilijke toets bent, nemen de angstreacties af, stroomt er weer bloed naar je hersens en op de gang weet je dan ineens wel dat het antwoord op vraag 4B rode bloedlichaampjes had moeten zijn.

Sommige kinderen reageren op deze angst door heel erg hun best te gaan doen, nog harder te leren en nog harder te oefenen. Vroeger werd dit positieve faalangst genoemd omdat als er maar voldoende letterlijke vragen op de toets gesteld worden, waarbij het alleen maar letterlijk herhalen van bijvoorbeeld woordjes is, deze kinderen soms nog wel hoge cijfers haalden. Inmiddels is ons schoolsysteem steeds meer gebaseerd op inzicht waardoor ook deze kinderen vaker onvoldoendes halen. Daarnaast is er ook voor het kind zelf helemaal niets positiefs aan het hebben van faalangst en daarom noemen we deze vorm van faalangst tegenwoordig: actieve faalangst.

Hier tegenover staat de passieve faalangst. Dit zijn kinderen die denken: ‘Het lukt me toch niet, dus ik ga het ook niet proberen.’ Op de middelbare school wordt het onder de leerlingen ook nog steeds gezien als ‘stoer’ als je niet leert. Door kinderen wordt het ook als veel erger ervaren als je wel goed leert en alsnog een onvoldoende haalt.  Als je namelijk leert en een onvoldoende haalt zegt het in hun ogen iets over je intelligentie en als je niet leert en een onvoldoende haalt dan ligt het aan je motivatie en dat is iets waar onderling minder moeilijk over gedaan wordt.

In een faalangsttraining leren kinderen om de gedachtes die lijden tot angst te veranderen en hun lichamelijke angstreacties onder controle te krijgen, waardoor de faalangst af zal nemen. In de meeste gevallen is een training dan ook een goede manier om met faalangst om te leren gaan.

De Puberballon

De Puberballon

Max is natuurlijk pas 16 maanden dus de puberteit laat nog even op zich wachten. Maar in mijn praktijk spreek ik veel pubers en hun ouders. En een vraag die eigenlijk steeds terugkeert is: hoe zorg ik ervoor dat mijn kind de puberteit goed doorkomt?

De puberteit is vaak een periode waar ouders met enige angst naar uitkijken. Je heerlijk meegaande kind dat ineens in een monster verandert zodra de puberteit zijn intrede doet. Ineens moet je als ouder gaan nadenken over hoe je omgaat met dingen als roken, alcohol en drugs of met de eerste liefdes die verder gaan dan alleen handje vasthouden op het schoolplein. Veel ouders weten ook nog goed de dingen die zij zelf uitgespookt hebben in de puberteit en willen er alles aan doen om hun kinderen daar tegen te beschermen. Maar hoe zorg je er nou voor dat de puberteit van je kind goed verloopt?

De puberteit is de fase tussen ongeveer 12 en 18 jaar oud waarin kinderen de overstap maken van kind naar volwassene. Waar kinderen voor de puberteit vaak overal ja op zeggen, makkelijk enthousiast te maken zijn en veel dingen leuk vinden, is de puberteit de echte nee-fase waarin alles stom, saai en kinderachtig is en ze alleen nog maar met vrienden willen chillen of op de bank willen liggen en netflix kijken. Deze fase is belangrijk zodat je kind kan uitgroeien tot een gebalanceerde volwassene die bewust de keuze kan maken tussen ja en nee in elke situatie.

Ken je zo’n luchtballon in een attractiepark? Zo één die netjes aan vier touwen vastzit en daardoor recht naar boven gaat en weer terug? Dat is mooi te vergelijken met de puberteit. Stel je voor dat je kind die ballon is. In de puberteit gaat de ballon omhoog en steekt er een flinke storm op. Een storm van lichamelijke, emotionele en cognitieve veranderingen bij zowel je puber als de leeftijdsgenoten om hem of haar heen. De ballon heeft alle vier de touwen nodig om in balans te blijven. Als er één touw knapt dan levert dat vooral wat extra deining op maar zodra er twee of meer knappen is de kans groot dat de ballon stuurloos raakt.

20160923_102247

De vier touwen die de ballon nodig heeft zijn:

  • Communicatie: Open communicatie over de dingen die je puber bezighouden, vrij van oordeel. Maak tijd en ruimte voor dit soort gesprekjes, ook al lijkt je puber daar niet altijd zin in te hebben. Zelf vertellen over eigen puberteit of samen iets gaan doen wat je puber leuk vind kan ook helpen om de communicatie open te houden.
  • Grenzen: Je puber heeft duidelijke grenzen nodig. Een kader waarbinnen hij zich vrij kan bewegen maar waar hij ook tegenaan kan schoppen. Straffen helpt op deze leeftijd bijna niet meer, duidelijk laten merken waar je grenzen liggen en de verwachting uiten dat je puber zich hieraan houdt is vaak de beste manier.
  • Ruimte: Je puber heeft de ruimte nodig om zichzelf te ontwikkelen, om nieuwe vaardigheden aan te leren en om zijn eigen persoonlijkheid te kunnen ontdekken. Steeds meer is deze ruimte ook online, zorg als ouder dat je weet waar je kind mee bezig is maar geef je kind ook de ruimte om hier zelf mee te experimenteren.
  • Vertrouwen: Heb vertrouwen in je kind en vertrouwen in jezelf dat je je kind de basis mee hebt gegeven om de puberteit goed te doorstaan. Trap niet in de valkuil om alles wat je kind doet te gaan wantrouwen en bijvoorbeeld whats app of email te gaan controleren.

 

Kijk jij op tegen de puberteit van je kind? Of kijk je er juist naar uit? En hoe was je zelf als puber? Ga je eerlijk alles durven vertellen wat je zelf hebt gedaan als je puber er naar vraagt?