Browsed by
Category: Naar school

Vol verwachting klopt ons hart!

Vol verwachting klopt ons hart!

De donkere dagen komen er weer aan en daarmee ook Sinterklaas. Voor veel kinderen in Nederland de leukste tijd van het jaar. Toch zijn er ook kinderen bij wie rond deze dagen hun hart sneller klopt om een hele andere reden, angst.

sint

Voor angstige kinderen is de Sinterklaastijd vaak een periode waarin veel angsten opspelen, die in de zomer minder aanwezig waren.

Drie veel voorkomende angsten in deze periode zijn:

  • Angst voor het donker: ‘Maar als er iemand onder het bed zit kan ik dat nu niet zien’
  • Angst om te falen: ‘Ben ik wel lief genoeg geweest om cadeautjes te krijgen?’
  • Angst voor inbrekers: ‘Als zwarte piet zomaar binnen kan komen om mijn schoen te vullen dan kunnen er ook zomaar andere mensen binnen komen.’

Voor ouders kan dit behoorlijk lastig en frustrerend zijn. De Sinterklaastijd hoort immers een leuke periode te zijn en vaak leek het zelfs alsof je kind in de zomer over zijn of haar angsten was heen gegroeid.

Vaak zie je dat deze angsten vooral opspelen als je kind in bed ligt. Naast dat dit vaak het enige moment op een dag is dat een kind alleen is en dat het donker is, is dit ook het moment waarop de gedachten van je kind de ruimte krijgen. Overdag zijn kinderen veelal te druk met spelen om na te denken over de dingen waar ze bang voor zijn maar zodra ze in hun bed liggen komen de angsten naar boven.

Toch zijn er een hoop dingen die je als ouder kan doen om je kind te helpen met zijn of haar angsten om te gaan.

5 tips om je kind te helpen:

  1. Geef rationele verklaringen op het niveau van je kind om uit te leggen hoe dingen in elkaar zitten. ‘Papa en mama blijven op tot Sinterklaas geweest is om hem binnen te laten, niemand kan zomaar ons huis binnen komen.’
  2. Benoem de mooie, vriendelijke en behulpzame dingen die je kind de afgelopen periode heeft gedaan, geef veel complimenten en benoem dat Sinterklaas deze dingen ook gezien heeft en waardeert.
  3. Dwing kinderen nooit om tegen hun wil een liedje te zingen voor Sinterklaas of om bij Sinterklaas op schoot te gaan zitten, dit vergroot de angst.
  4. Laat de periode rondom Sinterklaas een extra nachtlampje branden, je zult zien dat als de spannende periode voorbij is de angsten weer afnemen.
  5. Help kinderen hun angsten te benoemen, de angst voor het onbekende is altijd groter dan iets wat je kunt benoemen.

 

Is jouw kind wel eens bang geweest voor Sinterklaas of zwarte piet? Hoe heb jij je kind geholpen?

Het kiezen van een geschikte school

Het kiezen van een geschikte school

Wanneer deze blog online komt zijn wij op de kennismakingsochtend van de basisschool waar Max over 2,5 jaar mogelijk naar toe zal gaan. Nu al, want in Utrecht moet je je kind al zo jong inschrijven omdat veel scholen snel volzitten.

In nog geen 1,5 jaar is onze gup veranderd van een randprematuurtje van nog geen 2,5 kilo met sondevoeding op de neonatologie tot een vrolijke, actieve, eigenwijze, volop kletsende dreumes. Hoe hij de komende 2,5 jaar gaat veranderen is uiteraard niet te voorspellen, dus hoe kies je dan een school die bij hem gaat passen? Hoe weeg je de voor en nadelen van elke school af terwijl je nog niet zeker weet of de voordelen wel echt voordelen zullen zijn?

Een moeilijke keuze omdat de feiten nog niet vast staan, maar wij zullen gaan kijken naar de volgende punten:

 

Schoolsysteem:

In onze buurt zijn 5 scholen waarvoor we Max zouden kunnen aanmelden. Er is een openbare school, een protestants-christelijke school, een montessorischool, een vrije school en een democratische school. Wij vinden het belangrijk dat een schoolsysteem past bij onze manier van opvoeden, dus rekening houden met de behoefte van een kind en aansluiten bij de interesses en initiatieven van een kind. Waar straffen en belonen niet op de voorgrond staat en je waarde in de klas niet afgelezen wordt aan het cijfer wat je gehaald hebt op je laatste rekenproefwerk. Daarnaast vinden wij het belangrijk dat er voldoende aandacht is voor creatieve vakken zoals kunst en muziek.

 

Schoolgrootte:

Wij kiezen het liefst voor een school die niet al te groot is. Dat je door de gang kan lopen en je niet af hoeft te vragen wie al die mensen zijn. Het lijkt me, zeker voor jonge kinderen, erg overweldigend als je in zo’n enorme school zou moeten rondlopen. Wel vinden we het handig dat er van alle klassen twee zijn, mocht er sprake zijn van pesten of een conflict met een docent dan zijn er dan binnen de school nog mogelijkheden om dit op te lossen.

 

Klasgrootte:

Het liefst kiezen we voor een school waarbij de klassen niet al te groot zijn en er dus aandacht is voor alle individuele kinderen. Waarbij de leerkrachten niet pas na een maand de namen van elk kind in de klas kennen.

 

Diversiteit:

Zijn alle kinderen welkom op deze school, bijvoorbeeld kinderen met een lichamelijke beperking of met het syndroom van Down? Is er voldoende diversiteit tussen verschillende culturen? Zijn de verschillende lagen van de bevolking vertegenwoordigd?

 

Differentiatie:

Ook de mate waarin er binnen de school gedifferentieerd wordt is voor ons belangrijk. Nu is er nog weinig te zeggen over hoe Max het straks op school gaat doen, maar we willen voor een school kiezen waar voldoende ruimte is voor zowel kinderen die moeilijk meekomen als kinderen die extra verrijkking nodig hebben. In principe kiezen we deze school voor Max voor 8 jaar en of hij nou een snelle leerling blijkt of één die meer begeleiding nodig heeft, we willen graag dat hij zich op de gekozen school thuis voelt.


Afstand:

Van de vijf mogelijke scholen zijn er drie op loopafstand en twee op 15 minuten fietsen. Dit speelt toch ook mee bij onze keuze. Bij twee van de scholen zou Max geen enkele weg met auto’s over hoeven te steken, en deze scholen hebben daardoor een streepje voor.

 

Sfeer:

Waar alle andere punten nog wel redelijk uit de website van een school te halen zijn, is sfeer iets waarvoor je echt tijdens een schooldag op een school moet gaan kijken. Ervaren hoe de leerkrachten contact maken met de kinderen, hoe druk het in de gang is, of kinderen blij zijn om op school te zijn, dat kun je alleen maar zien door naar zo’n kennismakingsochtend te gaan. Gelukkig is deze ochtend voor de meeste scholen een vereiste om je aan te melden.

 

 

Op ons lijstje met voor en tegens per school komt er niet één duidelijke winnaar uit de bus. Elke school heeft voors en tegens. De sfeer zal dus uiteindelijk de doorslag gaan geven. Ik ben in ieder geval erg benieuwd hoe zo’n eerste kennismakingsochtend ons gaat bevallen!

 

 

Wat hebben jullie mee laten wegen in jullie beslissing? Hebben jullie nog goede tips voor we ons definitieve besluit moeten nemen?

Papa, er zit een monster onder mijn bed!

Papa, er zit een monster onder mijn bed!

Sinds een tijdje is onze jongste zoon van 7 ’s avonds bang om te gaan slapen. Hij durft eigenlijk niet meer alleen naar boven en als hij in bed ligt duurt het vaak nog geen vijf minuten voordat hij huilend naar beneden roept dat er een monster onder zijn bed zit. We hebben al een nachtlampje aan gedaan en kijken voordat we naar beneden gaan onder zijn bed maar het lijkt niet te helpen. Wat kunnen we doen om hem te helpen?

 

Omdat angsten hebben “normaal” is, wordt er vaak geen melding van gemaakt omdat verwacht wordt dat een kind er wel overheen groeit. Alle kinderen hebben wel eens last van angsten en bij iedere levensfase horen bepaalde angsten die je door moet maken wil je overleven. Bijv. Een jong kind moet scheidingsangst doormaken, omdat het zonder moeder in een lastige situatie niet zou overleven.

angsten-per-levensfase

 

Rond de 7 a 8 jaar zijn kinderen dus vaak bang in het donker en voor bovennatuurlijke wezens. De angst voor een monster onder je bed hoort dus bij de normale ontwikkeling van een kind. Maar ondanks dat het bij een normale ontwikkeling hoor is het heel erg vervelend voor alle betrokkenen en kan een angst soms ook steeds groter worden. Daarnaast zorgt deze angst ervoor dat een kind te weinig en vaak onrustig slaapt wat ook weer impact heeft op het dagelijks leven van een kind.

 

Als ouder zijn er een aantal dingen die je kunt doen om je kind te helpen bij angsten voor het slapen gaan:

  • Het vertrouwen van je kind in zijn eigen bed vergroten, bijvoorbeeld door een knuffel, nachtlampje, slaaprituelen, zachte muziek tijdens het slapen gaan
  • Afspraken maken met je kind, bijvoorbeeld elke 10 minuten kom ik even kijken. Dit kun je dan steeds een stapje verder uitbreiden.
  • Iets anders wat goed helpt is je kind leren leuke herinneringen op te halen als hij in bed ligt of te verzinnen dat hij zelf de held is in een verhaal. Dit roept een gevoel op van blijdschap of trots en nemen de plek in van de angst.
  • Als de angst te groot is kun ja als ouder op de gang bezig zijn, bijvoorbeeld strijken (wordt dat klusje ook nog eens gedaan), zodat je kind weet dat je in de buurt bent.
  • Soms kan het nodig zijn de slaapkamer opnieuw in te richten. Een nieuwe kamer kan het kind afleiden van zijn angsten en de eventuele angstwekkende eigenschappen van de kamer verdwijnen.
  • Voor angstige kinderen is het ook belangrijk om van de slaapkamer geen strafplek te maken. Kinderen gaan dan emoties van angst, boosheid en/of verdriet koppelen aan hun slaapkamer en dat maakt in slaap vallen lastiger.

 

Heb je zelf een vraag voor de vraagbaak? Stel deze dan in de comments of stuur een mailtje naar: info@rubypothoven.nl met als onderwerp: vraagbaak.

Ode aan de kleuterjuf

Ode aan de kleuterjuf

Lieve kleuterjuf, (voor kleutermeester, klik hier!)

Elk jaar krijg je een enorme lading nieuwe 4-jarigen binnen met elk hun eigen achtergrond en eigen karakter. Waar de één je vol trots wil vertellen dat ze haar naam al kan schrijven, roept een tweede je vanaf de wc dat hij gepoept heeft. En dat terwijl er nog 28 andere kinderen zijn, die allemaal ook graag je aandacht willen.

Je hebt de moeilijke taak om deze kleuters in twee jaar klaar te stomen voor het Nederlandse onderwijssysteem. Taakgericht kunnen werken, concentratie, stilzitten, kennis van de letters en cijfers, samenwerken en samenspelen.

En terwijl de overheid in je nek hijgt met enorme hoeveelheden kerndoelen die kinderen in deze eerste twee jaar van hun basisschool moeten bereiken, ben jij nog steeds druk met het aanleren van basisvaardheden als ritsen dichtmaken en billen afvegen.

Ik heb altijd gedacht dat groep 3 het moment is om te leren lezen en schrijven maar nu blijkt dat kinderen in groep 2 al letters moeten kunnen herkennen en schrijven. Dit alles wordt al vanaf groep 1 getoetst met cito’s en leerlingvolgsystemen, die ook, in de ogen van velen, een directe afspiegeling zijn van jouw vaardigheden als juf.

Terwijl in je priveleven vrienden zeggen dat ze jaloers zijn omdat je zoveel vakantie hebt, beseffen ze niet dat je dagen maakt van 10 uur, vaak onbetaald de avonden werkt en dat je in je vakantie in de action staat om van je eigen geld goedkope knutselspullen en stickers te kopen omdat ze op school op waren.

Max hoeft pas over 2,5 jaar maar nu we druk bezig zijn met het zoeken van een geschikte school voor hem houdt het me toch bezig. Als je bedenkt dat kinderen in Nederland op hun 3e de top van hun zelfvertrouwen bereiken en dat dit daarna alleen maar minder wordt , dan vraag ik me af hoe ons onderwijssysteem hieraan bijdraagt en hoe je als juf moet vechten tegen de bierkaai om kinderen hun zelfvertrouwen te laten behouden terwijl er aan alle kanten vergeleken wordt en er al meteen resultaten gehangen worden aan de dingen die de kinderen doen. Is het nog mogelijk om elk kind de aandacht en begeleiding te geven die hij of zij nodig heeft, terwijl je in je eentje een groep van 30 kleuters moet begeleiden?

Onze Max die nu al zo graag dingen wil vertellen, ontzettend van boekjes. Die zo van muziek houdt, dat hij regelmatig spontaan begint te zingen. Die ontzettend houdt van rennen en springen maar af en toe wat extra zelfvertrouwen nodig heeft omdat hij bang is om te vallen. Die heel erg zijn eigen wil heeft en zijn eigen plan wil trekken. Hoe zal dat gaan als hij straks tussen zoveel andere kinderen zit met maar één juf om voor al die kleine individutjes te zorgen?

Lieve kleuterjuf, blijf vooral bezig met spelen, voorlezen, toneelspelen, schilderen, rennen, dansen en zingen. Blijf genieten van de openheid en het enthousiasme van de kinderen. Laat je niet te veel opjutten door kerndoelen, groepsplannen en zorgdossiers, als kinderen ’s ochtends vrolijk binnenkomen en vol enthousiasme heeeey juf roepen dan heb jij je doel bereikt!

Ode aan de kleutermeester!

Ode aan de kleutermeester!

Lieve kleutermeester, (voor kleuterjuf, klik hier!)

Elk jaar krijg je een enorme lading nieuwe 4-jarigen binnen met elk hun eigen achtergrond en eigen karakter. Waar de één je vol trots wil vertellen dat ze haar naam al kan schrijven, roept een tweede je vanaf de wc dat hij gepoept heeft. En dat terwijl er nog 28 andere kinderen zijn, die allemaal ook graag je aandacht willen.

Je hebt de moeilijke taak om deze kleuters in twee jaar klaar te stomen voor het Nederlandse onderwijssysteem. Taakgericht kunnen werken, concentratie, stilzitten, kennis van de letters en cijfers, samenwerken en samenspelen.

En terwijl de overheid in je nek hijgt met enorme hoeveelheden kerndoelen die kinderen in deze eerste twee jaar van hun basisschool moeten bereiken, ben jij nog steeds druk met het aanleren van basisvaardheden als ritsen dichtmaken en billen afvegen.

Ik heb altijd gedacht dat groep 3 het moment is om te leren lezen en schrijven maar nu blijkt dat kinderen in groep 2 al letters moeten kunnen herkennen en schrijven. Dit alles wordt al vanaf groep 1 getoetst met cito’s en leerlingvolgsystemen, die ook, in de ogen van velen, een directe afspiegeling zijn van jouw vaardigheden als meester.

Terwijl in je priveleven vrienden zeggen dat ze jaloers zijn omdat je zoveel vakantie hebt, beseffen ze niet dat je dagen maakt van 10 uur, vaak onbetaald de avonden werkt en dat je in je vakantie in de action staat om van je eigen geld goedkope knutselspullen en stickers te kopen omdat ze op school op waren.

Max hoeft pas over 2,5 jaar maar nu we druk bezig zijn met het zoeken van een geschikte school voor hem houdt het me toch bezig. Als je bedenkt dat kinderen in Nederland op hun 3e de top van hun zelfvertrouwen bereiken en dat dit daarna alleen maar minder wordt , dan vraag ik me af hoe ons onderwijssysteem hieraan bijdraagt en hoe je als meester moet vechten tegen de bierkaai om kinderen hun zelfvertrouwen te laten behouden terwijl er aan alle kanten vergeleken wordt en er al meteen resultaten gehangen worden aan de dingen die de kinderen doen. Is het nog mogelijk om elk kind de aandacht en begeleiding te geven die hij of zij nodig heeft, terwijl je in je eentje een groep van 30 kleuters moet begeleiden?

Onze Max die nu al zo graag dingen wil vertellen, ontzettend van boekjes. Die zo van muziek houdt, dat hij regelmatig spontaan begint te zingen. Die ontzettend houdt van rennen en springen maar af en toe wat extra zelfvertrouwen nodig heeft omdat hij bang is om te vallen. Die heel erg zijn eigen wil heeft en zijn eigen plan wil trekken. Hoe zal dat gaan als hij straks tussen zoveel andere kinderen zit met maar één meester om voor al die kleine individutjes te zorgen?

Lieve kleutermeester, blijf vooral bezig met spelen, voorlezen, toneelspelen, schilderen, rennen, dansen en zingen. Blijf genieten van de openheid en het enthousiasme van de kinderen. Laat je niet te veel opjutten door kerndoelen, groepsplannen en zorgdossiers, als kinderen ’s ochtends vrolijk binnenkomen en vol enthousiasme heeeey meester roepen dan heb jij je doel bereikt!

5 irritante vragen als je kind naar school gaat

5 irritante vragen als je kind naar school gaat

Naar aanleiding van de 5 meest irritante vragen in de eerste jaren, nu het vervolg: de 5 meest irritante vragen zodra je kind naar school gaat.

en-hoe-gaat-het-op-school

Iedereen kent ze wel, die vragen. Van de meest vreemde mensen vaak ook. Mensen die je amper kent of mensen die juist het antwoord op deze vragen juist al lang kennen. Vragen waar vaak een afkeurende of suggestieve ondertoon onderzit en waar de nekharen van iedere moeder van overeind gaan staan. In deze blog heb ik de meeste irritante vragen op een rijtje gezet met een gepast antwoord!

 

  1. En hoe gaat het op school?

Meestal worden hiermee de schoolresultaten bedoeld. Al vanaf groep 1 krijgen kinderen tegenwoordig citotoetsen en om de één of andere reden zijn deze resultaten echt heel belangrijk voor je tante, je buurvrouw en de meneer van de slager. Vaak worden deze resultaten tussen moeders onderling ook gebruikt als een soort wedstrijdje wiens kind het slimst is.

Antwoord: Ja heel goed, hij gaat met veel plezier naar school. Gisteren heeft hij geschilderd. Hij vond het helemaal geweldig, ik vond ’s avonds bij het douchen de verf terug in zijn oren!

 

  1. Kent ze de tafels al?

Nog zo’n schoolresultaten vraag. Vaak gevolgd door: ow nee? Mijn Suusje kende ze al vanaf dat ze 6 is, en jullie Sanne is nu al 7 toch? Alsof het automatiseren van de tafels ook maar iets zegt over het geluk van je kind. (Overigens blijkt dat kinderen die hoogbegaafd zijn vaak veel moeite hebben met het automatiseren van tafels, dus ook over de intelligentie van je kind zegt het niks)

Antwoord: Ja joh die kent ze al vanaf dat ze 3 is. Eetkamertafel, salontafel, speeltafel.

 

  1. Volgende week woensdag hebben we nog een luizenmoeder nodig, jij hebt vorig jaar ook al niet meegedaan en nu staat je naam weer niet op de lijst. Heb je hem niet zien hangen misschien?

Ahh ja, want dat je moet werken op woensdag en je baas ‘luizen kammen bij andere kinderen’ echt geen goed excuus vind om vrij te nemen, daar wordt dan maar even niet bij stil gestaan. Vaak zijn het dezelfde moeders die aan alle extra activiteiten meedoen op school maar het grootste deel van de moeders wil of moet gewoon werken en die zetten de vrije dagen dagen die ze hebben liever in om echt iets leuks te gaan doen met hun kind.

Antwoord: Een lijst? Ow echt, wanneer zei je dat het was? Volgende week woensdag, wacht ik kijk even in mijn agenda. (Neem nu rustig de tijd om facebook te checken) Ach nee ik zie net dat ik woensdag niet kan. Drukte op het werk he. Maar gelukkig zijn er moeders zoals jij en worden die luizen toch gekamt!

 

 

  1. Ik heb een belangrijke afspraak, kan Sophie vandaag bij jullie spelen?

Uhm wat? Als je een belangrijke afspraak hebt dan regel je toch gewoon oppas? Of een extra middag BSO? Of bel je een paar dagen van tevoren om af te stemmen? Maar goed schijnbaar zijn dit hele normale praktijken op het schoolplein.

Antwoord: Ach echt waar? Wat vervelend nou. Ik heb net vanmiddag een pedicure ingepland die ik echt niet kan missen, dus ik was er eigenlijk vanuit gegaan dat Max bij jullie kon spelen. Hmmm. Eens even kijken, welke moeder is er niet zo assertief en durft er geen nee te zeggen als we Mas en Sophie bij haar dumpen?

 

  1. Wat gaan jullie trakteren?

Hele websites en pinterest borden zijn gewijd aan het maken van de perfecte traktatie. Deze tractatie moet uiteraard voldoen aan een uitgebreide lijst van criteria:

  • Glutenvrij
  • Suikervrij
  • Lactosevrij
  • E-nummervrij
  • Notenvrij

En daarnaast is zo’n traktatie jullie kans als ouders om je creativiteit te laten shinen en te laten zien dat jullie knutselvaardigheden ver boven die van de andere ouders uit de klas uitstijgen. Helaas heb je geen tijd om ’s werelds meest ingewikkelde traktatie in elkaar te zetten omdat je op de spaarzame vrije avonden gewoon liever op de bank ploft om met het nieuwe seizoen van Pretty Little Liars te beginnen.

Antwoord: Chips

 

Herkennen jullie deze vragen? En welke irritante vragen krijgen jullie wel eens? Wat is het beste antwoord wat je ooit hebt gegeven op zo’n irritante vraag?

Ik ben erg benieuwd!

Hoogbegaafd!?

Hoogbegaafd!?

Wist je dat ongeveer 2% van onze bevolking valt onder het kopje hoogbegaafd? Maar dat op informatieochtenden voor de aanmelding op de basisschool ruim 30% van de ouders vraagt of er voldoende extra begeleiding is voor kinderen die hoogbegaafd zijn.

Het lijkt er dus op dat 30% van de ouders vermoedt dat hun kind wel eens hoogbegaafd zou kunnen zijn. Waar zou dat verschil vandaan komen met de werkelijke 2%?

Officieel spreek je van hoogbegaafd als een persoon in een goedgekeurde intelligentie test boven de 130 scoort. Maar steeds vaker wordt ook gebruik gemaakt van het model van Monks waarbij niet alleen gekeken wordt naar de intelligentietest maar ook naar creativiteit en motivatie en waarbij er ook wordt gekeken naar invloeden van gezin, vrienden en school.

monks

Mede door de manier waarop ons schoolsysteem al op jonge leeftijd CITO toetsen introduceert wordt er steeds meer nadruk gelegd op de intelligentie van kinderen en lijkt dit ook bij ouders steeds meer druk te leggen om een ‘slim’ kind te hebben. De speelgoedwinkels liggen vol met educatief speelgoed en de smartgames voor slimme kinderen vliegen de winkels uit.

Toch komt bij mij dan elke keer de vraag wat dit doet met kinderen die niet aan deze steeds hogere verwachtingen kunnen voldoen. In de praktijk zie ik steeds meer kinderen die vastlopen omdat ze zich te veel spiegelen aan oudere broertjes en zusjes, door faalangst of door een negatief zelfbeeld.

einstein

Einstein zei ooit dat als we een vis zouden beoordelen op zijn vermogen om in bomen te klimmen dat de vis zijn hele leven zal denken dat hij dom is. Zouden we onze kinderen niet veel meer steunen door te kijken naar het meervoudige intelligentie model van Gardner? Howard Gardner is een Amerikaanse psycholoog die zich verdiept heeft in begaafdheden bij kinderen. Hij kwam tot de conclusie dat er naast de begaafheden die standaard getest worden op onze scholen en bij IQ testen er nog meer vormen van begaafheden bestaan waar kinderen in kunnen uitblinken.

 

Gardner omschrijft 7 verschillende vormen van intelligentie:

Verbaal linguïstische intelligentie: Alles wat te maken heeft met woorden en begrippen, bijvoorbeeld lezen en schrijven. Maar ook mensen die improvisatie doen, zoals de lama’s een aantal jaar geleden, hebben een hoge verbaal linguistische intelligentie.

Logisch mathematische intelligentie: Alles wat te maken heeft met systemen, wiskundige problemen en logisch redeneren. Een voorbeeld van iemand die hierin uitblinkt is Bill Gates

Visueel ruimtelijke intelligentie: Alles wat te maken heeft met beelden en plaatjes, bijvoorbeeld kaarlezen of een verhuiswagen zo efficient mogelijk indelen. De tekenaar Esher is een goed voorbeeld van iemand met een hoge visueel ruimtelijke intelligentie.

Muzikaal ritmische intelligentie: Alles wat te maken heeft met ritme en melodie. Componeren, een muziekinstrument leren spelen en ritmegevoel vallen onder deze vorm van intelligentie. Mozart en Bach waren mooie voorbeelden van mensen die uitblonken op dit gebied.

Lichamelijk kinestetische intelligentie: Alles wat te maken heeft met de motoriek. Alle vormen van sport en beweging horen hierbij, denk bijvoorbeeld aan Johan Cruijf.

Naturalistische intelligentie: Alles wat te maken heeft met de natuur, alles wat groeit en bloeit. Martin Gaus en Cesar Millan zijn mensen die bekend zijn geworden door hun Naturalistische intelligentie.

Interpersoonlijke intelligentie: alles wat te maken heeft met sociale vaardigheden. Een relatie aangaan met andere mensen; het gedrag, de gevoelens en de motieven van anderen proberen te begrijpen. De documentairemaker Louis Theroux maakt hier in zijn doumentaires goed gebruik van.

Intrapersoonlijke intelligentie: alles wat te maken heeft met zelfkennis. Deze mensen zijn vaak sterk op zichzelf betrokken, denk hierbij bijvoorbeeld aan Carl Jung.

 

Als je kind inderdaad uitblinkt op de bovenste drie vormen van intelligentie, de vormen die getest worden binnen de IQ testen en binnen onze scholen dan is het goed mogelijk dat je kind hoort bij de 2% die hoogbegaafd worden genoemd. Het is dan van belang dat de school ook meekijkt naar mogelijkheden voor je kind om extra uitdaging te krijgen.

Maar eigenlijk zou dit ook moeten gelden voor de kinderen die uitblinken op één of meerdere van de andere vormen van intelligentie. Stimuleer je kind daar waar nodig en biedt uitdaging op de vlakken waar dat mogelijk is. Staar je niet blind op schoolcijfers en CITO toetsen want uiteindelijk is het de bedoeling dat je kind gelukkig is en om weer even terug te komen op Einstein: dat doe je niet door met je vis te blijven oefenen met boomklimmen!

Welke vormen van intelligentie herkennen jullie bij je kinderen? En bij jezelf? Ik ben erg benieuwd hoe jullie deze talenten van je eigen kind koesteren!

Is het dan toch faalangst? – Vraagbaak

Is het dan toch faalangst? – Vraagbaak

Mijn dochter van 12 is dit schooljaar gestart in de eerste klas van de middelbare school. Ze is goed gestart maar na de eerste paar toetsen lijkt ze het gewoon opgegeven te hebben. Ze maakt geen huiswerk meer, ligt de hele middag op de bank met haar telefoon en we krijgen haar niet gemotiveerd om iets voor school te doen. Nu kregen we afgelopen week een mailtje van haar mentor die zijn zorgen uit. De toetsresultaten vallen tegen (3 van de 4 vakken onvoldoende). De mentor geeft aan dat ze denkt dat dat onze dochter misschien last heeft van faalangst en ze wil haar aanmelden voor een training op school. Ik dacht altijd dat kinderen met faalangst juist heel hard leerden? Is zo’n training dan wel geschikt voor haar?

 

20161012_101157

 

Als mensen denken aan faalangst denken ze over het algemeen aan kinderen die extreem hard leren, vervolgens een black-out krijgen op een toets en alsnog een onvoldoende halen. Maar dat is slechts één van de vele uitingsvormen van faalangst.

De overgang van de basisschool naar de middelbare school is voor de meeste kinderen een hele grote stap. Van de ene op de andere dag ga je van je vertrouwde school en klas naar een groot nieuw gebouw waar je moet wennen aan nieuwe vakken, nieuwe leerkrachten en nieuwe klasgenoten. Voor kinderen die al wat onzeker zijn over hun kunnen is deze onvoorspelbare situatie een mogelijke voedingsbodem voor faalangst. Want wat als blijkt dat je eigenlijk helemaal niet zo goed bent op school als de rest van je klas? Hoor je er dan nog wel bij? Vinden ze je dan nog wel aardig?

Faalangst is een vorm van angst die zich voordoet op het moment dat er een prestatie geleverd moet worden. Dit kan op allerlei gebieden voorkomen: een moeilijke toets op school, een spannende voetbalwedstrijd of het leren kennen van nieuwe mensen. Deze angst uit zich in lichamelijke angstreacties zoals: sneller en oppervlakkiger ademhalen, zweten, vaak naar het toilet moeten en lichamelijke onrust. De lichamelijke onrust ontstaat doordat het lichaam in een angstsituatie meer zuurstof naar de armen en benen pompt. Als er echt gevaar zou dreigen moet je immers in staat zijn om te vechten of vluchten. Bij een toets zijn deze lichamelijke reacties alleen maar erg vervelend en doordat alle zuurstof naar je armen en benen gaat komt er minder zuurstof in je hersens. Dit belemmert je denkvermogen en kan in extreme situaties zorgen voor een black-out. Zodra je uit de moeilijke toets bent, nemen de angstreacties af, stroomt er weer bloed naar je hersens en op de gang weet je dan ineens wel dat het antwoord op vraag 4B rode bloedlichaampjes had moeten zijn.

Sommige kinderen reageren op deze angst door heel erg hun best te gaan doen, nog harder te leren en nog harder te oefenen. Vroeger werd dit positieve faalangst genoemd omdat als er maar voldoende letterlijke vragen op de toets gesteld worden, waarbij het alleen maar letterlijk herhalen van bijvoorbeeld woordjes is, deze kinderen soms nog wel hoge cijfers haalden. Inmiddels is ons schoolsysteem steeds meer gebaseerd op inzicht waardoor ook deze kinderen vaker onvoldoendes halen. Daarnaast is er ook voor het kind zelf helemaal niets positiefs aan het hebben van faalangst en daarom noemen we deze vorm van faalangst tegenwoordig: actieve faalangst.

Hier tegenover staat de passieve faalangst. Dit zijn kinderen die denken: ‘Het lukt me toch niet, dus ik ga het ook niet proberen.’ Op de middelbare school wordt het onder de leerlingen ook nog steeds gezien als ‘stoer’ als je niet leert. Door kinderen wordt het ook als veel erger ervaren als je wel goed leert en alsnog een onvoldoende haalt.  Als je namelijk leert en een onvoldoende haalt zegt het in hun ogen iets over je intelligentie en als je niet leert en een onvoldoende haalt dan ligt het aan je motivatie en dat is iets waar onderling minder moeilijk over gedaan wordt.

In een faalangsttraining leren kinderen om de gedachtes die lijden tot angst te veranderen en hun lichamelijke angstreacties onder controle te krijgen, waardoor de faalangst af zal nemen. In de meeste gevallen is een training dan ook een goede manier om met faalangst om te leren gaan.

Pesten op school – Week tegen pesten

Pesten op school – Week tegen pesten

Deze week is het de Week tegen pesten. Een initiatief van stichting school en veiligheid om meer aandacht te vragen voor pesten op de basisschool. Veel scholen grijpen deze week aan om extra aandacht te besteden aan pesten en ook op tv is er deze week extra aandacht voor pesten en de gevolgen hiervan.

De cijfers liegen er niet om. De meeste basisschoolleerlingen, ruim 60%, worden wel eens gepest en gemiddeld 9% van de kinderen in het basisonderwijs geeft aan structureel gepest te worden.

Gevolgen van pesten zijn enorm. Kinderen die gepest zijn op de basisschool hebben op latere leeftijd vaak een lager zelfbeeld, zijn sociaal onzekerder en hebben vaker last van depressies dan kinderen die niet gepest zijn.

Ook voor de kinderen die zelf pesten zijn de gevolgen groot. Deze kinderen worden niet gewaardeerd om wie ze zijn, leren niet op een goede manier omgaan met frustratie en agressie en lopen een groter risico om op latere leeftijd in de criminaliteit te belanden.

 

Belangrijk is om het verschil tussen plagen en pesten te kennen en hierop in te kunnen spelen.

Plagen is een incident waarbij beide partijen aandeel hebben, de macht gelijk is en er geen schadelijke gevolgen zijn. Iemand doet iets, de ander doet wat terug en vaak is het dan afgelopen.

Plagen gaat over in pesten zodra er sprake is van een ongelijke verdeling van de macht. Het slachtoffer is dan niet meer in staat zichzelf te verdedigen. Doet hij dit wel dan kan dit voor de pester een reden zijn om het slachtoffer nog harder aan te pakken.

Om er achter te komen of er in de klas van je kind sprake is van plagen of pesten is het belangrijk om kinderen het verschil uit te leggen en hier met hen over in gesprek te gaan.  Stel open vragen en probeer ook zo open mogelijk te reageren op de antwoorden van je kind.

Vaak vertellen kinderen uit zichzelf niet over het pesten op school. Ze schamen zich, zijn bang voor represailles of willen hun ouders niet verdrietig maken. Als ouder is het dus van belang om je kind goed in de gaten te houden. Geeft een kind vaker aan hoofdpijn of buikpijn te hebben, gaan schoolresultaten achteruit, wordt je kind sneller boos of juist aanhankelijker of gaat hij of zij met tegenzin naar school, dan is het goed om te kijken of er mogelijk sprake is van pesten op school.

Als je er achter komt dat je kind gepest wordt is het vaak de eerste reactie van ouders om erg boos te worden op de pestkop. Maar dit werkt vaak averechts en zorgt er voor dat een pestkop je kind terug gaat pakken om wat jij gezegd hebt. Ook dingen beloven die je niet waar kan maken: ‘Ik zorg ervoor dat het nooit meer gebeurt’, is geen goede manier van aanpakken. Je hebt als ouder immers geen zicht op wat er op het schoolplein gebeurt als je er zelf niet bij bent.

 Toch kun je als ouder een aantal dingen wel doen om je kind te helpen:

  • Luister aandachtig naar het verhaal en stel vragen. Waarom pesten ze je? Hoe lang al? Wie pest, hoe, waar en wanneer?
  • Stel je kind gerust. Zeg dat het zo niet verder kan.
  • Bespreek samen hoe jullie de school het beste kunnen inlichten.
  • Beschuldig de school niet. Kinderen zijn er erg goed in om dingen achter de rug van leerkrachten om te doen.
  • Ondersteun je kind. Gepeste kinderen verliezen vaak hun zelfvertrouwen.
  • Oefen thuis sociale vaardigheden: iets leren vragen, opkomen voor wat je denkt en voelt, leren inschatten wat anderen denken, leren reageren op treiterijen
  • Stimuleer je kind om aan sport te doen, een theatercursus te volgen, of iets te zoeken waar hij goed in is. Daardoor wordt hij lichamelijk en mentaal sterker.

 

Heb jij wel eens gesprekken met je kind over pesten? Deze week kan een mooi aanknopingspunt zijn om er eens met je kind over in gesprek te gaan!

Time out of time in?

Time out of time in?

20160916_082241

Sinds de opkomst van Supernanny is de term time-out weer helemaal terug in de Nederlandse opvoeding. Een time-out haalt een kindje even uit de situatie waarin het volgens de ouders ongewenst gedrag laat zien en zorgt ervoor dat voor je kind meteen duidelijk is dat dit niet mag. In de meeste gevallen werkt een time-out goed, in ieder geval op de korte termijn. Alleen zijn is voor een kind het ergste wat er is en het kind zal het dus wel laten om nog een keer te doen waarvoor het in de time-out terecht kwam.

Een groot nadeel van de time-out is dat er een moment komt dat je kind hier niet meer van onder de indruk is en door heeft dat hij of zij gewoon op kan staan en terug kan komen. Dit ontaard vaak in enorme drama’s waarbij kinderen bij kop en kont soms wel 30 keer teruggesleurd moeten worden naar het ‘strafstoeltje’ of de trap tot dat of ouders of kind het maar opgeven.

Daniel J. Siegel, professor in de psychiatrie en schrijver van het boek No-drama discipline, stelt echter dat de time-out op lange termijn wel eens negatieve effecten zou kunnen hebben op de ontwikkeling van kinderen. Doordat kinderen nog volop in ontwikkeling zijn is de manier waarop ze leren van groot belang. Door een kind af te zonderen op een moment dat ze eigenlijk hulp nodig hebben, voelt het zich afgewezen en wordt indirect de boodschap gegeven dat ze het op moeilijke momenten zelf maar uit moeten zoeken.

De tegenhanger van de time-out is de time-in. Tijdens een time-in blijf je tijdens de driftbui of tijdens het opstandige gedrag van je kind juist dichtbij in plaats van het kind af te zonderen. Je geeft je kind zo de boodschap dat je er ook voor hem of haar bent op de momenten dat hij of zij zich niet gedraagd als ideaal kind maar juist ook op momenten van verdriet, boosheid en opstandigheid. Juist in de momenten waarop je kind het zelf even niet meer weet. Een time-in betekend overigens niet dat je toegeeft aan datgeen waardoor de bui ontstond, maar juist dat je bij je kind blijft en je kind helpt om om te gaan met de gevoelens van teleurstelling of boosheid waardoor de driftbui ontstond. Het idee hierachter is dat hierdoor de driftbuien minder zullen worden, dat een kind zichzelf steeds beter zal leren uitten en dat op de langere termijn een time-in dus een gewenster effect heeft dan een time-out.

Critici geven aan dat je met een time-in juist het driftige gedrag van een kind beloond door meer aandacht te geven en dat daardoor dus de driftbuien zullen verergeren. In de praktijk valt dit over het algemeen wel mee. Kinderen vinden een driftbui zelf ook echt niet fijn. Het is een teken van onvermogen. Ze hebben nog niet de juiste middelen om adequaat om te kunnen gaan met een situatie en dat lijdt tot de driftbui.

Wel vraag ik me af hoe dit in de praktijk gaat als je meerdere kinderen hebt. Stel kind 1 slaat kind 2. Bij een time-out zet je kind 1 uit de situatie en heb je alle aandacht voor kind 2 wat pijn heeft. Bij een time in probeer je zowel kind 1 bij te staan in zijn gevoelens van boosheid en frustratie en tegelijkertijd kind 2 in zijn gevoelens van pijn, verdriet en boosheid.

Hoewel dit lastig is is het in mijn ogen wel beter dan het alternatief. Door kind 1 aan de kant te zetten versterk je de gevoelens van frustratie en boosheid waardoor hij in de eerste instantie sloeg, vergroot je de kans op een enorme driftbui en ontneem je kind 1 de kans om zelf met een oplossing te komen.

Hoe denken jullie hierover? Gebruiken jullie wel eens een time-out of een time-in? En hoe werkt dat voor jullie?