Browsed by
Author: zonderhandleiding

Papa, er zit een monster onder mijn bed!

Papa, er zit een monster onder mijn bed!

Sinds een tijdje is onze jongste zoon van 7 ’s avonds bang om te gaan slapen. Hij durft eigenlijk niet meer alleen naar boven en als hij in bed ligt duurt het vaak nog geen vijf minuten voordat hij huilend naar beneden roept dat er een monster onder zijn bed zit. We hebben al een nachtlampje aan gedaan en kijken voordat we naar beneden gaan onder zijn bed maar het lijkt niet te helpen. Wat kunnen we doen om hem te helpen?

 

Omdat angsten hebben “normaal” is, wordt er vaak geen melding van gemaakt omdat verwacht wordt dat een kind er wel overheen groeit. Alle kinderen hebben wel eens last van angsten en bij iedere levensfase horen bepaalde angsten die je door moet maken wil je overleven. Bijv. Een jong kind moet scheidingsangst doormaken, omdat het zonder moeder in een lastige situatie niet zou overleven.

angsten-per-levensfase

 

Rond de 7 a 8 jaar zijn kinderen dus vaak bang in het donker en voor bovennatuurlijke wezens. De angst voor een monster onder je bed hoort dus bij de normale ontwikkeling van een kind. Maar ondanks dat het bij een normale ontwikkeling hoor is het heel erg vervelend voor alle betrokkenen en kan een angst soms ook steeds groter worden. Daarnaast zorgt deze angst ervoor dat een kind te weinig en vaak onrustig slaapt wat ook weer impact heeft op het dagelijks leven van een kind.

 

Als ouder zijn er een aantal dingen die je kunt doen om je kind te helpen bij angsten voor het slapen gaan:

  • Het vertrouwen van je kind in zijn eigen bed vergroten, bijvoorbeeld door een knuffel, nachtlampje, slaaprituelen, zachte muziek tijdens het slapen gaan
  • Afspraken maken met je kind, bijvoorbeeld elke 10 minuten kom ik even kijken. Dit kun je dan steeds een stapje verder uitbreiden.
  • Iets anders wat goed helpt is je kind leren leuke herinneringen op te halen als hij in bed ligt of te verzinnen dat hij zelf de held is in een verhaal. Dit roept een gevoel op van blijdschap of trots en nemen de plek in van de angst.
  • Als de angst te groot is kun ja als ouder op de gang bezig zijn, bijvoorbeeld strijken (wordt dat klusje ook nog eens gedaan), zodat je kind weet dat je in de buurt bent.
  • Soms kan het nodig zijn de slaapkamer opnieuw in te richten. Een nieuwe kamer kan het kind afleiden van zijn angsten en de eventuele angstwekkende eigenschappen van de kamer verdwijnen.
  • Voor angstige kinderen is het ook belangrijk om van de slaapkamer geen strafplek te maken. Kinderen gaan dan emoties van angst, boosheid en/of verdriet koppelen aan hun slaapkamer en dat maakt in slaap vallen lastiger.

 

Heb je zelf een vraag voor de vraagbaak? Stel deze dan in de comments of stuur een mailtje naar: info@rubypothoven.nl met als onderwerp: vraagbaak.

Ode aan de kleuterjuf

Ode aan de kleuterjuf

Lieve kleuterjuf, (voor kleutermeester, klik hier!)

Elk jaar krijg je een enorme lading nieuwe 4-jarigen binnen met elk hun eigen achtergrond en eigen karakter. Waar de één je vol trots wil vertellen dat ze haar naam al kan schrijven, roept een tweede je vanaf de wc dat hij gepoept heeft. En dat terwijl er nog 28 andere kinderen zijn, die allemaal ook graag je aandacht willen.

Je hebt de moeilijke taak om deze kleuters in twee jaar klaar te stomen voor het Nederlandse onderwijssysteem. Taakgericht kunnen werken, concentratie, stilzitten, kennis van de letters en cijfers, samenwerken en samenspelen.

En terwijl de overheid in je nek hijgt met enorme hoeveelheden kerndoelen die kinderen in deze eerste twee jaar van hun basisschool moeten bereiken, ben jij nog steeds druk met het aanleren van basisvaardheden als ritsen dichtmaken en billen afvegen.

Ik heb altijd gedacht dat groep 3 het moment is om te leren lezen en schrijven maar nu blijkt dat kinderen in groep 2 al letters moeten kunnen herkennen en schrijven. Dit alles wordt al vanaf groep 1 getoetst met cito’s en leerlingvolgsystemen, die ook, in de ogen van velen, een directe afspiegeling zijn van jouw vaardigheden als juf.

Terwijl in je priveleven vrienden zeggen dat ze jaloers zijn omdat je zoveel vakantie hebt, beseffen ze niet dat je dagen maakt van 10 uur, vaak onbetaald de avonden werkt en dat je in je vakantie in de action staat om van je eigen geld goedkope knutselspullen en stickers te kopen omdat ze op school op waren.

Max hoeft pas over 2,5 jaar maar nu we druk bezig zijn met het zoeken van een geschikte school voor hem houdt het me toch bezig. Als je bedenkt dat kinderen in Nederland op hun 3e de top van hun zelfvertrouwen bereiken en dat dit daarna alleen maar minder wordt , dan vraag ik me af hoe ons onderwijssysteem hieraan bijdraagt en hoe je als juf moet vechten tegen de bierkaai om kinderen hun zelfvertrouwen te laten behouden terwijl er aan alle kanten vergeleken wordt en er al meteen resultaten gehangen worden aan de dingen die de kinderen doen. Is het nog mogelijk om elk kind de aandacht en begeleiding te geven die hij of zij nodig heeft, terwijl je in je eentje een groep van 30 kleuters moet begeleiden?

Onze Max die nu al zo graag dingen wil vertellen, ontzettend van boekjes. Die zo van muziek houdt, dat hij regelmatig spontaan begint te zingen. Die ontzettend houdt van rennen en springen maar af en toe wat extra zelfvertrouwen nodig heeft omdat hij bang is om te vallen. Die heel erg zijn eigen wil heeft en zijn eigen plan wil trekken. Hoe zal dat gaan als hij straks tussen zoveel andere kinderen zit met maar één juf om voor al die kleine individutjes te zorgen?

Lieve kleuterjuf, blijf vooral bezig met spelen, voorlezen, toneelspelen, schilderen, rennen, dansen en zingen. Blijf genieten van de openheid en het enthousiasme van de kinderen. Laat je niet te veel opjutten door kerndoelen, groepsplannen en zorgdossiers, als kinderen ’s ochtends vrolijk binnenkomen en vol enthousiasme heeeey juf roepen dan heb jij je doel bereikt!

Ode aan de kleutermeester!

Ode aan de kleutermeester!

Lieve kleutermeester, (voor kleuterjuf, klik hier!)

Elk jaar krijg je een enorme lading nieuwe 4-jarigen binnen met elk hun eigen achtergrond en eigen karakter. Waar de één je vol trots wil vertellen dat ze haar naam al kan schrijven, roept een tweede je vanaf de wc dat hij gepoept heeft. En dat terwijl er nog 28 andere kinderen zijn, die allemaal ook graag je aandacht willen.

Je hebt de moeilijke taak om deze kleuters in twee jaar klaar te stomen voor het Nederlandse onderwijssysteem. Taakgericht kunnen werken, concentratie, stilzitten, kennis van de letters en cijfers, samenwerken en samenspelen.

En terwijl de overheid in je nek hijgt met enorme hoeveelheden kerndoelen die kinderen in deze eerste twee jaar van hun basisschool moeten bereiken, ben jij nog steeds druk met het aanleren van basisvaardheden als ritsen dichtmaken en billen afvegen.

Ik heb altijd gedacht dat groep 3 het moment is om te leren lezen en schrijven maar nu blijkt dat kinderen in groep 2 al letters moeten kunnen herkennen en schrijven. Dit alles wordt al vanaf groep 1 getoetst met cito’s en leerlingvolgsystemen, die ook, in de ogen van velen, een directe afspiegeling zijn van jouw vaardigheden als meester.

Terwijl in je priveleven vrienden zeggen dat ze jaloers zijn omdat je zoveel vakantie hebt, beseffen ze niet dat je dagen maakt van 10 uur, vaak onbetaald de avonden werkt en dat je in je vakantie in de action staat om van je eigen geld goedkope knutselspullen en stickers te kopen omdat ze op school op waren.

Max hoeft pas over 2,5 jaar maar nu we druk bezig zijn met het zoeken van een geschikte school voor hem houdt het me toch bezig. Als je bedenkt dat kinderen in Nederland op hun 3e de top van hun zelfvertrouwen bereiken en dat dit daarna alleen maar minder wordt , dan vraag ik me af hoe ons onderwijssysteem hieraan bijdraagt en hoe je als meester moet vechten tegen de bierkaai om kinderen hun zelfvertrouwen te laten behouden terwijl er aan alle kanten vergeleken wordt en er al meteen resultaten gehangen worden aan de dingen die de kinderen doen. Is het nog mogelijk om elk kind de aandacht en begeleiding te geven die hij of zij nodig heeft, terwijl je in je eentje een groep van 30 kleuters moet begeleiden?

Onze Max die nu al zo graag dingen wil vertellen, ontzettend van boekjes. Die zo van muziek houdt, dat hij regelmatig spontaan begint te zingen. Die ontzettend houdt van rennen en springen maar af en toe wat extra zelfvertrouwen nodig heeft omdat hij bang is om te vallen. Die heel erg zijn eigen wil heeft en zijn eigen plan wil trekken. Hoe zal dat gaan als hij straks tussen zoveel andere kinderen zit met maar één meester om voor al die kleine individutjes te zorgen?

Lieve kleutermeester, blijf vooral bezig met spelen, voorlezen, toneelspelen, schilderen, rennen, dansen en zingen. Blijf genieten van de openheid en het enthousiasme van de kinderen. Laat je niet te veel opjutten door kerndoelen, groepsplannen en zorgdossiers, als kinderen ’s ochtends vrolijk binnenkomen en vol enthousiasme heeeey meester roepen dan heb jij je doel bereikt!

Vraagbaak: Help mijn kind kan niet alleen spelen!

Vraagbaak: Help mijn kind kan niet alleen spelen!

Mijn zoon van bijna 2 kan zichzelf absoluut niet alleen vermaken. Thuis heeft hij mij als moeder constant nodig om hem bezig te houden. De meeste activiteiten interesseren hem slechts kort en hij heeft mij dan nodig om weer iets nieuws te verzinnen. Op het kinderdagverblijf lijkt het beter te gaan. Op de dagen dat ik thuis ben moet ik ook het huishouden doen en het lijkt me zo fijn als hij zich dan even zelf kan vermaken zodat ik kan poetsen en dat we dan daarna samen wat kunnen gaan doen. Heb jij tips hoe ik hem kan leren zelf te spelen?

Veel kinderen hebben moeite met alleen spelen, omdat dit niet iets is wat vanuit de evolutie gezien bij ons als mens past. Mensen functioneren het beste in groepen. In een groep heeft de mens de grootste kans om te overleven en zeker kleine kinderen hebben anderen nodig om in leven te blijven. Dat we graag willen dat kinderen al op jonge leeftijd leren om alleen te spelen is echt iets van onze westerse cultuur en van de laatste paar decennia.

Toch is het als voorbereiding op onze maatschappij en ons schoolsysteem in combinatie met ons eigen drukke leven niet verkeerd als je kind deze vaardigheid aanleert.

Een aantal tips om je kindje zelf te leren spelen en ook om zelf meer aan je huishouden toe te komen:

 

  • Laat je kind meehelpen met de huishoudelijke activiteiten, geef je kind een poetsdoekje, een kleine swiffer of laat hem of haar meehelpen met bijvoorbeeld het wassen van de aardappels. Een learning tower kan hierbij enorm helpen. Je kind doet op deze manier zelf iets, maar heeft een voorbeeld om af en toe naar te kijken en je bent dichtbij genoeg om veiligheid aan je kindje te bieden.

20161020_075620

Of bijvoorbeeld de schroefjes alvast in de gaatjes stoppen als papa en mama een kast in elkaar zetten.

 

  • Zorg dat het speelgoed van je kindje vrij toegankelijk is. Als je kind zelf zijn speelgoed kan pakken kan hij of zij ook beter aangeven waar op dat moment de interesse naar uitgaat. Goed, het is vaak ’s avonds net iets meer opruimwerk maar vaak vinden kinderen het ook heel leuk om hierbij mee te helpen en alles terug in de bak te gooien.

zelf-speelgoed-pakken
 

 

  • Te veel speelgoed zorgt voor overprikkeling en dat kinderen meestal niet meer weten wat ze moeten doen. Sorteer speelgoed in bakken en rouleer regelmatig, zo blijft speelgoed uitdagend en voorkom je overprikkeling.

 

  • Kies voor open ended speelgoed. Dit is speelgoed waar geen specifieke gebruiksaanwijzing bij zit. Het heeft geen doel zoals bijvoorbeeld een puzzel. Open ended speelgoed is op veel verschillende manieren te gebruiken en prikkelt de creativiteit van je kind. Op google en pinterest kun je veel voorbeelden vinden.

 

  • Start samen op. Ga naast je kind zitten met een bepaalde activiteit en help je kind de eerste 5 minuten op weg. Begin bijvoorbeeld samen met het bouwen van een toren en na 5 minuutjes benoem je dat je even de afwasmachine uit gaat ruimen en dat je daarna weer komt kijken naar de toren.

 

  • Blijf zoveel mogelijk in dezelfde ruimte. Op het moment dat je de kamer uitloopt en je kind je niet meer kan zien of horen raakt hij afgeleid van zijn spel en zal hij naar je opzoek gaan. Als je kind je nog kan zien en horen is de veiligheid groter en zal je kindje makkelijker gaan spelen.

 

  • Plan genoeg samenspeel momenten in. Dus momenten waarop je echt met je kind gaat zitten en gaat spelen. Zonder telefoon, zonder afleiding maar 100% spelen met je kind. Binnen of buiten maakt niet uit, als je er maar bent. Hiermee bevestig je aan je kind dat er momenten zijn van samenspelen en momenten zijn van alleen spelen. Samenspelen leert je kind over de verschillende mogelijkheden van speelgoed, helpt je kind om nieuwe vaardigheden aan te leren en bevestigt zijn behoefte aan contact.

 

 

 

Heb je zelf een vraag voor de vraagbaak? Stel deze dan in de comments of stuur een mailtje naar: info@rubypothoven.nl met als onderwerp: vraagbaak.

5 irritante vragen als je kind naar school gaat

5 irritante vragen als je kind naar school gaat

Naar aanleiding van de 5 meest irritante vragen in de eerste jaren, nu het vervolg: de 5 meest irritante vragen zodra je kind naar school gaat.

en-hoe-gaat-het-op-school

Iedereen kent ze wel, die vragen. Van de meest vreemde mensen vaak ook. Mensen die je amper kent of mensen die juist het antwoord op deze vragen juist al lang kennen. Vragen waar vaak een afkeurende of suggestieve ondertoon onderzit en waar de nekharen van iedere moeder van overeind gaan staan. In deze blog heb ik de meeste irritante vragen op een rijtje gezet met een gepast antwoord!

 

  1. En hoe gaat het op school?

Meestal worden hiermee de schoolresultaten bedoeld. Al vanaf groep 1 krijgen kinderen tegenwoordig citotoetsen en om de één of andere reden zijn deze resultaten echt heel belangrijk voor je tante, je buurvrouw en de meneer van de slager. Vaak worden deze resultaten tussen moeders onderling ook gebruikt als een soort wedstrijdje wiens kind het slimst is.

Antwoord: Ja heel goed, hij gaat met veel plezier naar school. Gisteren heeft hij geschilderd. Hij vond het helemaal geweldig, ik vond ’s avonds bij het douchen de verf terug in zijn oren!

 

  1. Kent ze de tafels al?

Nog zo’n schoolresultaten vraag. Vaak gevolgd door: ow nee? Mijn Suusje kende ze al vanaf dat ze 6 is, en jullie Sanne is nu al 7 toch? Alsof het automatiseren van de tafels ook maar iets zegt over het geluk van je kind. (Overigens blijkt dat kinderen die hoogbegaafd zijn vaak veel moeite hebben met het automatiseren van tafels, dus ook over de intelligentie van je kind zegt het niks)

Antwoord: Ja joh die kent ze al vanaf dat ze 3 is. Eetkamertafel, salontafel, speeltafel.

 

  1. Volgende week woensdag hebben we nog een luizenmoeder nodig, jij hebt vorig jaar ook al niet meegedaan en nu staat je naam weer niet op de lijst. Heb je hem niet zien hangen misschien?

Ahh ja, want dat je moet werken op woensdag en je baas ‘luizen kammen bij andere kinderen’ echt geen goed excuus vind om vrij te nemen, daar wordt dan maar even niet bij stil gestaan. Vaak zijn het dezelfde moeders die aan alle extra activiteiten meedoen op school maar het grootste deel van de moeders wil of moet gewoon werken en die zetten de vrije dagen dagen die ze hebben liever in om echt iets leuks te gaan doen met hun kind.

Antwoord: Een lijst? Ow echt, wanneer zei je dat het was? Volgende week woensdag, wacht ik kijk even in mijn agenda. (Neem nu rustig de tijd om facebook te checken) Ach nee ik zie net dat ik woensdag niet kan. Drukte op het werk he. Maar gelukkig zijn er moeders zoals jij en worden die luizen toch gekamt!

 

 

  1. Ik heb een belangrijke afspraak, kan Sophie vandaag bij jullie spelen?

Uhm wat? Als je een belangrijke afspraak hebt dan regel je toch gewoon oppas? Of een extra middag BSO? Of bel je een paar dagen van tevoren om af te stemmen? Maar goed schijnbaar zijn dit hele normale praktijken op het schoolplein.

Antwoord: Ach echt waar? Wat vervelend nou. Ik heb net vanmiddag een pedicure ingepland die ik echt niet kan missen, dus ik was er eigenlijk vanuit gegaan dat Max bij jullie kon spelen. Hmmm. Eens even kijken, welke moeder is er niet zo assertief en durft er geen nee te zeggen als we Mas en Sophie bij haar dumpen?

 

  1. Wat gaan jullie trakteren?

Hele websites en pinterest borden zijn gewijd aan het maken van de perfecte traktatie. Deze tractatie moet uiteraard voldoen aan een uitgebreide lijst van criteria:

  • Glutenvrij
  • Suikervrij
  • Lactosevrij
  • E-nummervrij
  • Notenvrij

En daarnaast is zo’n traktatie jullie kans als ouders om je creativiteit te laten shinen en te laten zien dat jullie knutselvaardigheden ver boven die van de andere ouders uit de klas uitstijgen. Helaas heb je geen tijd om ’s werelds meest ingewikkelde traktatie in elkaar te zetten omdat je op de spaarzame vrije avonden gewoon liever op de bank ploft om met het nieuwe seizoen van Pretty Little Liars te beginnen.

Antwoord: Chips

 

Herkennen jullie deze vragen? En welke irritante vragen krijgen jullie wel eens? Wat is het beste antwoord wat je ooit hebt gegeven op zo’n irritante vraag?

Ik ben erg benieuwd!

Hoogbegaafd!?

Hoogbegaafd!?

Wist je dat ongeveer 2% van onze bevolking valt onder het kopje hoogbegaafd? Maar dat op informatieochtenden voor de aanmelding op de basisschool ruim 30% van de ouders vraagt of er voldoende extra begeleiding is voor kinderen die hoogbegaafd zijn.

Het lijkt er dus op dat 30% van de ouders vermoedt dat hun kind wel eens hoogbegaafd zou kunnen zijn. Waar zou dat verschil vandaan komen met de werkelijke 2%?

Officieel spreek je van hoogbegaafd als een persoon in een goedgekeurde intelligentie test boven de 130 scoort. Maar steeds vaker wordt ook gebruik gemaakt van het model van Monks waarbij niet alleen gekeken wordt naar de intelligentietest maar ook naar creativiteit en motivatie en waarbij er ook wordt gekeken naar invloeden van gezin, vrienden en school.

monks

Mede door de manier waarop ons schoolsysteem al op jonge leeftijd CITO toetsen introduceert wordt er steeds meer nadruk gelegd op de intelligentie van kinderen en lijkt dit ook bij ouders steeds meer druk te leggen om een ‘slim’ kind te hebben. De speelgoedwinkels liggen vol met educatief speelgoed en de smartgames voor slimme kinderen vliegen de winkels uit.

Toch komt bij mij dan elke keer de vraag wat dit doet met kinderen die niet aan deze steeds hogere verwachtingen kunnen voldoen. In de praktijk zie ik steeds meer kinderen die vastlopen omdat ze zich te veel spiegelen aan oudere broertjes en zusjes, door faalangst of door een negatief zelfbeeld.

einstein

Einstein zei ooit dat als we een vis zouden beoordelen op zijn vermogen om in bomen te klimmen dat de vis zijn hele leven zal denken dat hij dom is. Zouden we onze kinderen niet veel meer steunen door te kijken naar het meervoudige intelligentie model van Gardner? Howard Gardner is een Amerikaanse psycholoog die zich verdiept heeft in begaafdheden bij kinderen. Hij kwam tot de conclusie dat er naast de begaafheden die standaard getest worden op onze scholen en bij IQ testen er nog meer vormen van begaafheden bestaan waar kinderen in kunnen uitblinken.

 

Gardner omschrijft 7 verschillende vormen van intelligentie:

Verbaal linguïstische intelligentie: Alles wat te maken heeft met woorden en begrippen, bijvoorbeeld lezen en schrijven. Maar ook mensen die improvisatie doen, zoals de lama’s een aantal jaar geleden, hebben een hoge verbaal linguistische intelligentie.

Logisch mathematische intelligentie: Alles wat te maken heeft met systemen, wiskundige problemen en logisch redeneren. Een voorbeeld van iemand die hierin uitblinkt is Bill Gates

Visueel ruimtelijke intelligentie: Alles wat te maken heeft met beelden en plaatjes, bijvoorbeeld kaarlezen of een verhuiswagen zo efficient mogelijk indelen. De tekenaar Esher is een goed voorbeeld van iemand met een hoge visueel ruimtelijke intelligentie.

Muzikaal ritmische intelligentie: Alles wat te maken heeft met ritme en melodie. Componeren, een muziekinstrument leren spelen en ritmegevoel vallen onder deze vorm van intelligentie. Mozart en Bach waren mooie voorbeelden van mensen die uitblonken op dit gebied.

Lichamelijk kinestetische intelligentie: Alles wat te maken heeft met de motoriek. Alle vormen van sport en beweging horen hierbij, denk bijvoorbeeld aan Johan Cruijf.

Naturalistische intelligentie: Alles wat te maken heeft met de natuur, alles wat groeit en bloeit. Martin Gaus en Cesar Millan zijn mensen die bekend zijn geworden door hun Naturalistische intelligentie.

Interpersoonlijke intelligentie: alles wat te maken heeft met sociale vaardigheden. Een relatie aangaan met andere mensen; het gedrag, de gevoelens en de motieven van anderen proberen te begrijpen. De documentairemaker Louis Theroux maakt hier in zijn doumentaires goed gebruik van.

Intrapersoonlijke intelligentie: alles wat te maken heeft met zelfkennis. Deze mensen zijn vaak sterk op zichzelf betrokken, denk hierbij bijvoorbeeld aan Carl Jung.

 

Als je kind inderdaad uitblinkt op de bovenste drie vormen van intelligentie, de vormen die getest worden binnen de IQ testen en binnen onze scholen dan is het goed mogelijk dat je kind hoort bij de 2% die hoogbegaafd worden genoemd. Het is dan van belang dat de school ook meekijkt naar mogelijkheden voor je kind om extra uitdaging te krijgen.

Maar eigenlijk zou dit ook moeten gelden voor de kinderen die uitblinken op één of meerdere van de andere vormen van intelligentie. Stimuleer je kind daar waar nodig en biedt uitdaging op de vlakken waar dat mogelijk is. Staar je niet blind op schoolcijfers en CITO toetsen want uiteindelijk is het de bedoeling dat je kind gelukkig is en om weer even terug te komen op Einstein: dat doe je niet door met je vis te blijven oefenen met boomklimmen!

Welke vormen van intelligentie herkennen jullie bij je kinderen? En bij jezelf? Ik ben erg benieuwd hoe jullie deze talenten van je eigen kind koesteren!

5 irritante vragen in de eerste jaren

5 irritante vragen in de eerste jaren

Iedereen kent ze wel, die vragen. Van de meest vreemde mensen vaak ook. Mensen die je amper kent of mensen die juist het antwoord op deze vragen juist al lang kennen. Vragen waar vaak een afkeurende of suggestieve ondertoon onderzit en waar de nekharen van iedere moeder van overeind gaan staan. In deze blog heb ik de meeste irritante vragen op een rijtje gezet met een gepast antwoord!

foto-vragen

  1. Krijgt hij nou nog steeds borstvoeding?

Deze vraag snap ik niet. Vaak wordt dit gevraagd wanneer je je kindje aan de borst legt, dus het antwoord lijkt me niet heel ingewikkeld. Waarom is het in Nederland blijkbaar normaal om vanaf een maand of 6 (ik kreeg de vraag in ieder geval vanaf het moment dat Max 6 maanden oud was) over te stappen op flesvoeding. Borstvoeding is een hele persoonlijke keuze, één waar de omgeving eigenlijk helemaal niets mee te maken heeft.

Antwoord: Tja, we hebben bier geprobeerd maar dat lust hij nog niet, dus voorlopig zitten we hier helaas aan vast.

 

  1. Loopt ze nou nog niet los?

Nog zo’n vraag waar ik niets van begrijp. Kinderen doen dingen op hun eigen tempo. Uit onderzoek is gebleken dat het moment waarop een kind los gaat lopen, compleet los staat van de cognitieve ontwikkeling van een kind. Dat je kind met 11 maanden los loopt zegt dus niets over of hij of zij straks met 9’s het VWO afrond. Verder heb je als ouder ook geen invloed op dit proces. Loopstoeltjes en dergelijken blijken deze ontwikkeling alleen maar tegen te houden en een verkeerde looptechniek aan te leren.

Antwoord: Nee, gelukkig niet zeg. We binden haar overdag vast zodat ze het ook niet kan oefenen. Lijkt me veel te veel werk als ik daar straks achteraan moet gaan lopen vangen.

 

  1. Zijn jullie nog niet gestart met zindelijkheidstraining?

Waarom vragen mensen dit? We vragen toch ook niet naar hun wc gewoonten? Daarnaast is zindelijkheidstraining iets wat nou eenmaal het beste werkt als je er mee begint zodra je kindje er aan toe is. Niet forceren dus.

Antwoord 1: Nou we zijn gestart, kijk maar! Op deze foto zie je zijn eerste poep op het potje. Knap he, jaaa je kunt zien dat we doperwtjes hebben gegeten.

Antwoord 2: Nee, wij zijn aanhangers van de anti-zindelijkheidsgroep. Wij geloven dat je kinderen het best zo lang mogelijk een luier aan kunt trekken. Minimaal tot ze 16 zijn. Het afscheid nemen van je eigen uitwerpselen kan tot die leeftijd erg traumatisch zijn hoor. Zal ik je een foldertje meegeven?

 

 

  1. En slaapt hij al door?

Ahh de doorslaapvraag. Als ik toch eens een euro had gekregen voor elke keer dat mensen dat aan mij vroegen…. Dan kon ik nu lekker op vakantie met ingehuurde oppas om eindelijk bij te slapen. (Want nee hij slaapt nog steeds niet door.) Het lijkt alsof doorslapen het punt is geworden waaraan je kunt aflezen of iemand een goede ouder is of niet. Feit blijft dat je als ouder vrij weinig invloed hebt op het wel of niet doorslapen van je kind. Uiteindelijk komt er een dag dat ze doorslapen (echt waar…. hoop ik.)

Antwoord: Goh ik dacht dat iedereen tegenwoordig wel op de hoogte was. Je loopt wel heel erg achter hoor. Doorslapen is helemaal niet goed voor zo’n kleintje. Glucosewaardes, hersenontwikkeling, biologisch ritme, maar goed daar zal ik je allemaal maar niet mee lastig vallen.

 

  1. Wanneer komt de tweede?

Vanaf het moment dat Max 1 werd krijgen wij deze vrolijke vraag zeer regelmatig. Ten eerste gaat het mensen helemaal niets aan of en wanneer wij voor een tweede kindje. En ten tweede denken deze mensen nou echt dat ik ineens ga zeggen: ja, we wilden het eigenlijk nog even geheim houden. Maar ja omdat je er naar vraagt: We verwachten een zoontje rond april 2019?

Antwoord: Hoe bedoel je? Zeg je nou dat ik dik ben? Ik ben helemaal niet zwanger. Ik ben echt nog nooit zo beledigd. (En dan boos weglopen)

 

Herkennen jullie deze vragen? En welke irritante vragen krijgen jullie wel eens? Wat is het beste antwoord wat je ooit hebt gegeven op zo’n irritante vraag?

Ik ben erg benieuwd!

Is het dan toch faalangst? – Vraagbaak

Is het dan toch faalangst? – Vraagbaak

Mijn dochter van 12 is dit schooljaar gestart in de eerste klas van de middelbare school. Ze is goed gestart maar na de eerste paar toetsen lijkt ze het gewoon opgegeven te hebben. Ze maakt geen huiswerk meer, ligt de hele middag op de bank met haar telefoon en we krijgen haar niet gemotiveerd om iets voor school te doen. Nu kregen we afgelopen week een mailtje van haar mentor die zijn zorgen uit. De toetsresultaten vallen tegen (3 van de 4 vakken onvoldoende). De mentor geeft aan dat ze denkt dat dat onze dochter misschien last heeft van faalangst en ze wil haar aanmelden voor een training op school. Ik dacht altijd dat kinderen met faalangst juist heel hard leerden? Is zo’n training dan wel geschikt voor haar?

 

20161012_101157

 

Als mensen denken aan faalangst denken ze over het algemeen aan kinderen die extreem hard leren, vervolgens een black-out krijgen op een toets en alsnog een onvoldoende halen. Maar dat is slechts één van de vele uitingsvormen van faalangst.

De overgang van de basisschool naar de middelbare school is voor de meeste kinderen een hele grote stap. Van de ene op de andere dag ga je van je vertrouwde school en klas naar een groot nieuw gebouw waar je moet wennen aan nieuwe vakken, nieuwe leerkrachten en nieuwe klasgenoten. Voor kinderen die al wat onzeker zijn over hun kunnen is deze onvoorspelbare situatie een mogelijke voedingsbodem voor faalangst. Want wat als blijkt dat je eigenlijk helemaal niet zo goed bent op school als de rest van je klas? Hoor je er dan nog wel bij? Vinden ze je dan nog wel aardig?

Faalangst is een vorm van angst die zich voordoet op het moment dat er een prestatie geleverd moet worden. Dit kan op allerlei gebieden voorkomen: een moeilijke toets op school, een spannende voetbalwedstrijd of het leren kennen van nieuwe mensen. Deze angst uit zich in lichamelijke angstreacties zoals: sneller en oppervlakkiger ademhalen, zweten, vaak naar het toilet moeten en lichamelijke onrust. De lichamelijke onrust ontstaat doordat het lichaam in een angstsituatie meer zuurstof naar de armen en benen pompt. Als er echt gevaar zou dreigen moet je immers in staat zijn om te vechten of vluchten. Bij een toets zijn deze lichamelijke reacties alleen maar erg vervelend en doordat alle zuurstof naar je armen en benen gaat komt er minder zuurstof in je hersens. Dit belemmert je denkvermogen en kan in extreme situaties zorgen voor een black-out. Zodra je uit de moeilijke toets bent, nemen de angstreacties af, stroomt er weer bloed naar je hersens en op de gang weet je dan ineens wel dat het antwoord op vraag 4B rode bloedlichaampjes had moeten zijn.

Sommige kinderen reageren op deze angst door heel erg hun best te gaan doen, nog harder te leren en nog harder te oefenen. Vroeger werd dit positieve faalangst genoemd omdat als er maar voldoende letterlijke vragen op de toets gesteld worden, waarbij het alleen maar letterlijk herhalen van bijvoorbeeld woordjes is, deze kinderen soms nog wel hoge cijfers haalden. Inmiddels is ons schoolsysteem steeds meer gebaseerd op inzicht waardoor ook deze kinderen vaker onvoldoendes halen. Daarnaast is er ook voor het kind zelf helemaal niets positiefs aan het hebben van faalangst en daarom noemen we deze vorm van faalangst tegenwoordig: actieve faalangst.

Hier tegenover staat de passieve faalangst. Dit zijn kinderen die denken: ‘Het lukt me toch niet, dus ik ga het ook niet proberen.’ Op de middelbare school wordt het onder de leerlingen ook nog steeds gezien als ‘stoer’ als je niet leert. Door kinderen wordt het ook als veel erger ervaren als je wel goed leert en alsnog een onvoldoende haalt.  Als je namelijk leert en een onvoldoende haalt zegt het in hun ogen iets over je intelligentie en als je niet leert en een onvoldoende haalt dan ligt het aan je motivatie en dat is iets waar onderling minder moeilijk over gedaan wordt.

In een faalangsttraining leren kinderen om de gedachtes die lijden tot angst te veranderen en hun lichamelijke angstreacties onder controle te krijgen, waardoor de faalangst af zal nemen. In de meeste gevallen is een training dan ook een goede manier om met faalangst om te leren gaan.

Zzp-er en moeder… Kan dat?

Zzp-er en moeder… Kan dat?

Van veel mensen krijg ik de vraag of het een beetje te doen is: de combinatie van je eigen bedrijf en het moederschap. Een lastige vraag waar niet zo 1,2,3 een duidelijk antwoord op te geven is.

Ik had mijn eigen praktijk al een aantal jaar voordat ik zwanger werd van Max en ik heb het heel erg naar mijn zin als kindertherapeut dus de praktijk opzeggen vond ik eigenlijk geen optie. In plaats van 5 dagen werk ik nu meestal 3 a 4 dagen in de week en moet ik mijn administratie enzo wat strakker plannen om alles afgerond te krijgen.  En waar ik voorheen nog wel eens wat langer bleef om dingen af te ronden heb ik nu een vaste eindtijd zodat ik Max weer op kan halen.

De conclusie is denk ik dat het prima te doen is, zolang je een aantal dingen goed geregeld hebt.

 praktijkruimte-kindertherapie-utrecht-2

Zwangerschapsverlof:

De eerste horde van het moederschap is natuurlijk de zwangerschap en waar je in loondienst tijdens het eind van je zwangerschap nog wel afspraken kunt maken om minder te werken of je jezelf eens een dagje extra ziek meld is dat als zzp’er een stuk ingewikkelder. Niet werken betekent ook geen geld.

Wel is het verlof zelf goed geregeld. Vanuit het UWV krijg je een ZEZ (zelfstandig en zwanger) uitkering ter hoogte van het minimumloon. Deze uitkering krijg je gedurende 16 weken.

Iets anders wat je in sommige gevallen moet regelen is wat er met je bedrijf gebeurt in de periode dat jij met verlof bent. Omdat ik met kinderen en ouders werk moest ik een goede vervangster regelen die de begeleiding voor de gezinnen waarbij dit nodig was over kon nemen.

 

Opvang voor je kindje:

Al tijdens je zwangerschap kun je gaan kijken voor een fijn plekje voor je kindje als jij aan het werk bent. Een kinderdagverblijf, gastouder of toch opa en oma? Alles is mogelijk maar er zijn een aantal dingen anders dan als je in loondienst werkt. Als zzp’er zijn je werktijden vaak flexibeler dus het is handig om daar rekening mee te houden. Als je kindje ziek wordt is het als zzp’er niet altijd mogelijk om direct je kind op te gaan halen en ook hier betekent niet werken: geen inkomsten.

Wij hebben uiteindelijk gekozen voor een kleinschalig kinderdagverblijf pal naast mijn praktijkruimte. Dit is vooral in de eerste maanden ontzettend handig geweest omdat ik toen nog borstvoeding gaf en Max de fles weigerde. Op de extra dagen dat ik les of trainingen geef komt oma oppassen.

 

Thuis:

Vaak is het als zpp’er verleidelijk om toch thuis nog even je mail te checken, je administratie bij te werken of om je telefoon aan te laten staan. Ik heb voor mezelf de afspraak gemaakt dat ik op de dagen dat ik thuis ben met Max geen telefoontjes aanneem of mail beantwoord. Ik ben er dan 100% voor Max en probeer in die dagen ook het huishouden een beetje bij te houden. Werken met Max er bij is voor mij geen optie. Max slaapt weinig en heeft energie voor 10, dus rustig zelf spelen terwijl mama haar mail beantwoord is echt niet mogelijk.

Als het echt nodig is doe ik in de avonduren nog wat werk zodra Max op bed ligt maar dit probeer ik zoveel mogelijk te voorkomen. Vaak

 

De voordelen:

Natuurlijk zitten er ook voordelen aan het werken als zzp’er. Ik kan flexibel mijn dagen en tijden indelen, ik bepaal zelf hoeveel ik werk en ik kan vakantie opnemen wanneer ik dat wil. Daarnaast vind ik mijn werk ontzettend leuk en haal ik hier veel inspiratie uit, wat mij denk ik ook weer een leukere moeder maakt voor Max.

 

Heb jij er wel eens over nagedacht om het moederschap te combineren met je eigen bedrijf? Of doe je dit al en heb je nog goede tips? Ik lees ze graag van jullie terug!

DIY Learning tower

DIY Learning tower

Sinds Gertjan nieuw werk heeft en hij pas tegen 6 uur thuis is zijn de middagen een stuk ingewikkelder geworden. Max is tegen 5 uur moe en ik moet dan gaan koken. Hij wil dan graag bij mij zijn en opgetild worden en met 1 hand proberen je aardappels af te gieten gaat niet zo makkelijk. TV kijken vind hij niet interessant en alleen spelen lukt hem tegen die tijd echt niet meer (sowieso meestal niet zo goed).

Volgens mij zijn Max en ik hier niet alleen in, dus daar moet een goede oplossing voor zijn. learning-tower

Bij een andere moeder zag ik de learning tower in de keuken staan. De learning tower komt uit de montessori stroming. De belangrijkste uitspraak van Maria Montessori was: “Help mij het zelf te doen”. Uitgangspunt van Montessori is dat een kind een natuurlijke, noodzakelijke drang tot zelfontplooiing heeft. Opvoeding en onderwijs moeten onderkennen wat de behoeften van een kind op een gegeven moment zijn en daarop inspelen door de juiste omgeving en materialen te bieden.

Max lijkt de behoefte te hebben betrokken te worden bij wat ik aan het doen ben, maar wel op zijn eigen niveau. De learning tower is een soort krukje waar kinderen veilig zelf in en uit kunnen klimmen en waardoor ze aan het aanrecht kunnen staan en mee kunnen kijken en helpen.

Op internet kun je prachtige en hele dure learning towers vinden, maar het is ook heel makkelijk om er zelf één te maken voor €20,00. Het is helemaal niet moeilijk en met een uurtje gepiept.

Bij onze geliefde zweedse winkelketen koop je de volgende 2 krukjes:

20161002_111539

Beide krukjes zet je in elkaar maar van de Oddvar laat je 1 van de onderste balkjes weg en het zitgedeelte.

20161002_111651

Daarna schroef je het zitgedeelte onderaan de poten van de Oddvar vast.

20161002_111924

 

Als laatste stap schroef je het zitgedeelte van de Oddvar vast aan het zitgedeelte van de Bekvam.De kant van het weggelaten balkje komt dan aan de achterkant, dus aan de kant van het opstapje. Zo heeft je kindje meer ruimte om in en uit de learning tower te klimmen.

20161002_112225

 

Onze keuken is overigens erg hoog. Bij een keuken van gemiddelde hoogte komt de toren mooi tegen het aanrechtblad aan. Wij gaan er nog een extra plankje tegenaanzetten om het helemaal veilig te houden.

 

Max vond de toren meteen interessant en wilde direct proberen er op te klimmen. Met een beetje hulp lukt het hem nu om er zelf in en uit te klimmen, maar je kunt je kind natuurlijk ook zelf in en uit de toren tillen. Gisteren heeft hij enthousiast meegeholpen met aardappels schillen. Als mes gebruikte hij de speelgoedthermometer uit de doktersset maar hij had de grootste lol.  Wat ons betreft is de learning tower dus een groot succes!

 

Trouwens, als je de learning tower graag mooi wil houden dan is het handig als je hem nog even schildert of lakt. Ongeveer 6 uur nadat de toren in elkaar zat deed ik de overgebleven bietjes in een plastic zakje wat scheurde met dit als resultaat:

learning-tower-vies

Hoe pakken jullie het aan als je gaat koken? Hebben jullie ook een learning tower of toevallig andere goede tips? Ik ben erg benieuwd!